Maatschappelijk prioriteren

Nieuw ACM-kader: bouwen binnen de grenzen van het volle net

Het stroomnet raakt voller dan ooit. Vanaf 1 januari 2026 bepaalt een nieuw ACM-prioriteringskader voor transportverzoeken wie voorrang krijgt op schaarse capaciteit. Ook woningbouwprojecten horen daar voortaan bij. Wat betekent dat voor overheden en vooral hoe komen ze hoger op de lijst?

ACM-prioriteringskader

 

Wat verandert er aan de wachtrij?

Na een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) moest de ACM (Autoriteit Consument & Markt) haar eerdere kader verbeteren. Belangrijke aanpassing van het nieuwe kader is dat voortaan groot-én kleinverbruikers in één rangorde worden gewogen. Het maatschappelijk belang (van bijvoorbeeld woningen en voorzieningen) en de uitvoerbaarheid van plannen tellen zwaarder mee. Op 12 december werd de bijgewerkte versie van het prioriteringskader bekendgemaakt. Omdat de nieuwe regels begin 2026 gelden, loont het om plannen nu al ‘prioriteringsklaar’ te maken, anders mis je als gemeente/regio het instroommoment (zie het kopje implementatietermijn voor meer informatie over de stapsgewijze implementatie van dit kader).

Wat betekent dit concreet voor overheden?

 

De ACM heeft in het prioriteringskader onder meer onderscheid gemaakt tussen de categorieën 1. netcongestie verzachters, 2.’veiligheid’ en 3.’basisbehoeften’. Partijen die op grond van het kader vallen in de categorie veiligheid, krijgen voorrang op partijen die vallen in de categorie basisbehoeften. Eerst wordt dus alles afgedaan in categorie 1, vervolgens categorie 2, daarna categorie 3 en als laatste de rest. Binnen de categorieën geldt het beginsel wie het eerst komt, die het eerst maalt - oftewel ‘first come, first served’ (afgekort: FCFS; meer uitleg over dit kader onder het kopje ‘Hoe verloopt het proces van reserveren en prioriteren?’)

 

 

 

Hoe verloopt het proces van reserveren en prioriteren?

1. Aanvraag en wachtrijvorming
Projecten dienen een transportaanvraag in bij de netbeheerder. Zolang er een tekort is aan capaciteit, komen nieuwe aanvragen in een wachtrij. Aanvragen worden gesorteerd op basis van het prioriteringskader van de ACM. Dat bepaalt wie eerder een plek krijgt, bijvoorbeeld maatschappelijk kritieke functies of projecten die aantoonbaar minder piekbelasting veroorzaken.

2. Capaciteitscheck en plek in de wachtrij
De netbeheerder beoordeelt vervolgens hoeveel capaciteit beschikbaar is, wanneer uitbreidingen gereed zijn, welke aanvragen in aanmerking komen voor versnelling (bijv. door flexibiliteit). Op basis daarvan krijgt een project een voorlopige plek in de wachtrij.

3. Reserveren van capaciteit
Wanneer capaciteit in zicht komt, bijvoorbeeld door een netuitbreiding of het wegvallen van een andere aanvraag, kan de netbeheerder capaciteit tijdelijk reserveren voor projecten die bovenaan staan. Dat gebeurt alleen als een project voldoende “projectrijp” is: heldere planning, haalbare bouwstappen, onderbouwde gegevens over verbruik en (eventuele) flexibiliteit.

4. Definitieve toewijzing
Een reservering wordt pas een definitieve aansluiting als:
•    de initiatiefnemer aantoont dat het project uitvoerbaar en op tijd is;
•    er binding is (contract, kosten, planning); en
•    en de flexafspraken of piekreducties concreet en toetsbaar zijn.

Valt een project terug of is het niet rijp, dan schuiven anderen in de wachtrij door.

 

Projecten die duidelijk maatschappelijk bijdragen én technisch ‘licht’ zijn voor het net (kleine pieken, slimme fasering, flexibiliteit) hebben meer kans om eerder aan de beurt te komen. Er moet écht capaciteit te verdelen zijn; prioritering bepaalt de volgorde, niet de omvang. Met andere woorden: met aanvragen wordt natuurlijk geen extra capaciteit gecreëerd. Overheden kunnen voorsorteren door plannen venster-klaar te maken en slim te ordenen. De instrumenten van de Omgevingswet helpen om dat concreet te maken en om zo te sturen.

Hoe kunnen gemeenten maatschappelijke afwegingen mee laten wegen voorafgaand aan het ACM kader?

Regionaal programma

Een programma (onder de Omgevingswet) is een zelfbindend instrument voor overheden om ambities of beleid concreet in te vullen voor specifieke gebieden of onderwerpen. De gemeente (of regio) beschrijft hierin hoe zij een bepaald doel wil bereiken, bijvoorbeeld voldoende woningen bouwen, ruimte maken voor duurzame energie of het net ontlasten door flexibiliteit te organiseren. Wat concreet te doen

  • Zet samen met buurgemeenten een regionaal (vrijwillig) programma op, zodat gemeenten elkaar niet onbedoeld beconcurreren.
  • Begin met een programma dat woningbouw en andere opgaven in de fysieke leefomgeving en energie aan elkaar koppelt.
  • Maak daarbij een compact overzicht (kaart + planning) waarin duidelijk wordt gemaakt welke ambities voor de fysieke leefomgeving je als gemeente hebt en waar netschaarste een negatieve impact op kan hebben. Maak duidelijk welke opgaven en ambities je ter uitvoering van je taken voor de leefomgeving stelt. Zo krijgt iedereen vroeg zicht op wat wél kan binnen de bestaande netruimte.

Omgevingsplan

Het omgevingsplan bevat de regels voor wat er in de fysieke leefomgeving mag: bouwen, wonen, energie, geluid, veiligheid, duurzaamheid, enzovoort. Gemeenten maken omgevingsplannen. Provincies maken omgevingsverordeningen (hier kunnen regels in staan voor burgers en bedrijven, maar ook instructieregels waar gemeenten zich aan moeten houden).  De gemeente moet de instructieregels verwerken in bijvoorbeeld het omgevingsplan. Wat concreet te doen:

  • Leg in het omgevingsplan heldere spelregels vast voor nieuwe projecten. Doe dat door prestatie-eisen te formuleren in plaats van specifieke technieken voor te schrijven. Denk aan eisen zoals: een maximale piekbelasting tijdens drukke uren en een minimale hoeveelheid opslag op locatie. Dit voorkomt dat projecten onnodig grote pieken veroorzaken en helpt deze binnen de beschikbare netcapaciteit te blijven.
  • Deze regels in het omgevingsplan relateer je aan je opgaven en taken op het gebied van de fysieke leefomgeving. Motivatie kan de gemeente halen uit het programma.
    • Zorg dat deze regels goed aansluiten op het regionale programma, zodat beleid en uitvoering hetzelfde doel dienen.

Relatie ACM prioriteringskader en instrumenten Omgevingswet

Het nieuwe ACM prioriteringskader van de ACM staat op gespannen voet met de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Het kader geeft netbeheerders de taak om maatschappelijk te prioriteren, ook over onderwerpen zoals woningbouw. Tegelijkertijd hebben gemeenten en provincies juist de taak om maatschappelijke opgaven, zoals woningbouw, bedrijventerreinen, verduurzaming en de energietransitie in de fysieke leefomgeving te plannen en te prioriteren. Dit heet het evenwichtig toedelen van functies aan locaties.

Met het huidige kader kan het gebeuren dat projecten die gemeenten en provincies belangrijk en urgent vinden geen voorrang krijgen bij een verzoek om transportcapaciteit. Dat komt doordat netbeheerders alleen het prioriteringskader van de ACM mogen gebruiken en geen rekening mogen houden met besluiten van gemeenten en provincies.

In andere Europese landen ligt deze taak minder gedetailleerd bij netbeheerders. Daardoor hebben decentrale overheden daar meer ruimte om mee te bepalen wat prioriteit krijgt.

Fasering

Werk gefaseerd en maak elke stap meetbaar. Begin deelprojecten eerder, maak duidelijke afspraken over flexibel vermogen (wanneer schakel je terug, hoeveel en hoe snel) en volg de ontwikkeling met uur- of kwartierdata. Partijen die kunnen aantonen dat hun pieken daadwerkelijk omlaaggaan, krijgen een sterkere positie in de wachtrij.

Het vraagt grote inspanning om multidisciplinair binnen gemeentes samen te werken om afwegingen te maken. Op regionaal niveau en binnen netvlakken moet worden geprioriteerd. Ook dat is niet eenvoudig.

Het resultaat is minder verrassingen, meer voorspelbaarheid en kortere wachttijd naar aansluiting. De provinciale EnergyBoard van Gelderland liet een verkenning uitvoeren naar de juridische mogelijkheden van overheden om te kunnen sturen op woningbouwontwikkelingen bij netcongestie. Dit voorbeeld kan ook andere regio’s inspireren. De komende tijd moeten we leren dit te doen op een manier dat de snelheid die nodig is wel gehaald wordt.

Hoe zit het met de implementatietermijn?

De meest recente Kamerbrief over netcongestie bevestigt de koers: sneller uitbreiden, beter benutten, meer flexibiliteit en een betere positie voor kleinverbruikers. Er wordt vanaf 1 januari 2026 gefaseerd met het nieuwe prioriteringskader gewerkt. Grootverbruikers kunnen dan al in lijn met het nieuwe kader prioriteit aanvragen. Voor kleingebruikers hebben netbeheerders tot 1 juli 2026 nodig. Tot dan blijft de huidige werkwijze daarom gelden en kan dus ook woningbouw, zolang daar capaciteit voor is, op de bestaande wijze worden aangesloten. Dit biedt ook ruimte aan kleinverbruikers om zich voor te bereiden op de nieuwe werkwijze. Op 1 januari 2027 treedt de nieuwe werkwijze volledig in werking.

Handelen binnen de grenzen loont

Netcongestie verdwijnt niet van vandaag op morgen. Maar met programmeren, slimme regels en meetbare flexibiliteit kunnen overheden wél verschil maken. Projecten worden ‘lichter’, vensters beter benut, wachtrijen eerlijker. Wie nu orde aanbrengt en vooruit programmeert, zorgt dat de bouw in 2026 dóór kan, ook als het net vol is.

Q&A : Wat betekent het prioriteringskader van ACM na 1 januari 2026 voor een capaciteitsaanvraag?

1. Is het vanaf 2026 een ‘alles of niets’-systeem?

Nee. Het prioriteringskader bepaalt vooral de volgorde waarin aanvragen worden bekeken. De omvang van je aanvraag blijft in principe zoals je die hebt ingediend.

2. Kan de netbeheerder mijn aanvraag zelf verkleinen?

Nee. De netbeheerder past de gevraagde capaciteit niet eenzijdig aan. Vraag je 100 kVA aan, dan blijft dat het uitgangspunt.

3. Kan ik er wél zelf voor kiezen om minder of gefaseerd af te nemen?Details

Ja, dat kan. Soms kan de netbeheerder je sneller helpen met een lagere aansluitwaarde of door in fases te leveren. Dat kan alleen als jij daarvoor kiest. Kies je hiervoor, dan kan een deel van je aanvraag eerder gerealiseerd worden. Kies je dat niet, dan blijft je volledige aanvraag in de wachtrij staan.

4. Wordt beschikbare capaciteit verdeeld over alle wachtenden?

Nee. Er is geen systeem waarin iedereen automatisch een beetje krijgt. Aanvragen worden toegekend zoals ze zijn aangevraagd, tenzij jij zelf kiest voor een kleiner of gefaseerd alternatief.

5. Is het in de praktijk ‘op = op’?

Vaak wel. Als er op dat moment geen ruimte is voor jouw volledige aanvraag, en je kiest niet voor een kleiner volume, dan kan de netbeheerder je nog niet helpen. Je schuift door zodra er ruimte ontstaat.
 

6. Wat doet het prioriteringskader dan wél?

Het prioriteringskader geeft duidelijkheid in volgorde. Aanvragen worden ingedeeld in groepen, zoals: projecten voor veiligheid en leveringszekerheid, maatschappelijke en energietransitieprojecten, overige zakelijke en particuliere aansluitingen. Binnen die volgorde kijkt de netbeheerder telkens of er voldoende capaciteit vrij is voor jouw aanvraag.

7. Helpt het om minder capaciteit aan te vragen?

Vaak wel. Een kleinere aanvraag past sneller in het net. Veel partijen kiezen er daarom voor om tijdelijk kleiner te beginnen en later op te schalen.

  • Geen resultaten gevonden

    Je zoekopdracht leverde helaas geen resultaat op. Controleer de spelling of probeer het opnieuw met een andere term.

Cookie-instellingen