Er is een doel. Er is een deadline. Er is een getal: tenminste 35 TWh in 2030 en een nog grotere ambitie. Gemeenteraden passen omgevingsplannen aan om locaties voor energieprojecten juridisch mogelijk te maken. Colleges stellen warmteprogramma’s op, uiterlijk 31 december 2027. Provincies borgen RES-afspraken via de omgevingsverordening. Netbeheerders en overheden stellen samen het pMIEK op en geven duidelijkheid over welke netuitbreiding voorrang krijgt en wanneer. Actielijsten. Besluitenlijsten. Voortgangsrapportages. Mijlpalen bewaken. Het bod realiseren.
En achter elk omgevingsplan, elk warmteprogramma, zit een wijk. Mensen die willen weten wanneer het hun beurt is, wat het kost en wat zij zelf kunnen doen. Mensen die niet in beleidstaal denken, maar aan hun huis, hun cv-ketel, hun energierekening. Als het goed is, klinkt hun stem helder door.
Doelen dwingen tot keuzes, tot tempo, tot prioriteit. Maar de klimaatdoelen stoppen niet bij een afgesproken hoeveelheid TWh of bij een jaartal. De regio’s kijken alweer vooruit: naar 2040 en verder. Klimaatneutraal in 2050 staat in het Klimaatakkoord, dat is het stip op de horizon. Maar 2050 is ver. Abstract. Zonder de concrete druk van een RES-bod of een collegeakkoord schuift het op in de agenda. De warmtetransitie vraagt om keuzes met een lange aanlooptijd. Netuitbreidingen vergen jaren van voorbereiding, vaak langer dan vijf of tien jaar. Draagvlak in wijken bouw je niet in een seizoen. En die toekomst is er plots morgen.
De koopjesplank
Midden in Covid kocht ik een rozenstruikje op de koopjesplank van het tuincentrum. Drie takjes. Een paar zielige blaadjes. Afgeprijsd, omdat niemand er iets van verwachtte. Ik nam het mee. Gaf het een plekje in de tuin. En twijfelde. Rolde regelmatig de GFT-bak in zijn richting. Maar ik gaf het de tijd. En de zon deed zijn werk. Langzaam, zonder mijlpalen of voortgangsrapportages. Van april tot november bloeit hij nu. Elk jaar een beetje uitbundiger.
Dezelfde zon die mijn rozenstruikje redde, maakt de energietransitie mogelijk. Maar alleen als je het struikje, bij wijze van spreken, op tijd in de grond zet. Wil je in 2030 prachtige rozen hebben, dan plant je die niet onder de kerstboom van 2029.
Ruimte voor wie verder kijkt
Er zijn bestuurders en volksvertegenwoordigers die nu al nadenken over wat er na 2030 nodig is. Die bij een besluit over een omgevingsplan niet alleen vragen of de locatie klopt voor dit project, maar ook welke ruimte er nodig is voor wat daarna komt. Die bij het warmteprogramma niet alleen de deadline van 2027 bewaken, maar ook doorvragen over de wijken die pas in 2033 of 2035 aan de beurt zijn. Niet omdat er een deadline is. Maar omdat ze weten hoe groei werkt.
Die mensen verdienen ruimte. Ruimte om verder te kijken dan wat morgen op de agenda staat. Ruimte om te investeren in iets waarvan het resultaat pas over jaren zichtbaar is. Want aan het einde gaat het om de mensen in die wijken. Die jarenlang wachten op duidelijkheid. Die willen weten waar ze aan toe zijn. Die gebaat zijn bij iemand die nu al de basis legt voor wat zij straks nodig hebben.
Misschien ken jij iemand in je regio die al verder kijkt dan de deadline. Die vragen stelt die nog niet op de agenda staan. Ben jij misschien die bestuurder die nu al vraagt wat gaan we in 2031 doen? Wie die vraag stelt, plant al. Die neemt een zielig plantje mee omdat hij of zij gelooft in wat het kan worden. Geef die persoon de ruimte. De toekomst begint klein. Vaak op een plek waar niemand veel van verwacht.