Energieplanoloog Roëlle Venema vertaalt energie naar ruimte

12-12-2025
446 keer bekeken

Verduurzaming maakt energie ook tot een ruimtelijke puzzel, zegt Roëlle Venema. Als energieplanoloog helpt ze de Regio Stedendriehoek om die puzzel te leggen. Waar maak je bijvoorbeeld plek voor batterijen? Hoe voorzie je nieuwbouwwoningen van stroom en warmte? ‘Wij werken graag aan oplossingen.’

Een energieplanoloog, wat is dat eigenlijk? Roëlle Venema lacht. ‘Goeie vraag’, zegt zij. ‘Ik kan alleen laten zien hoe wij het invullen.’ Samen met haar collega Ernst Meindersma helpt zij, sinds maart 2025, de RES-regio Stedendriehoek om letterlijk ruimte te maken voor energie. Met een achtergrond in de planologie en een focus op de energietransitie is zij daar helemaal op haar plaats. ‘Na mijn afstuderen in 2017 ondersteunde ik, vanuit een adviesbureau, al diverse RES-regio’s bij het inpassen van duurzame energieprojecten’, zegt zij. ‘Wat me in de Stedendriehoek aanspreekt is dat zij de energievoorziening niet alleen integraal benaderen, maar ook heel pragmatisch kijken naar de uitvoering én hoe je daar ruimte voor maakt.’

Energieplanoloog verbindt energie en ruimtelijke ordening

Want, benadrukt Roëlle: in het verleden moest onze energievoorziening vooral betrouwbaar en betaalbaar zijn. Dat is nog steeds zo. Maar daarnaast gaan we energie steeds meer duurzaam opwekken. ‘En dat maakt energie ook tot een ruimtelijke puzzel’, zegt Roëlle. ‘Waar komen de windmolens en zonnepanelen die nieuwe woonwijken van duurzame stroom en warmte gaan voorzien? Waar is plek voor batterijen om die energie op te slaan tot het moment dat je het nodig hebt? Waar komen de warmtenetten te liggen, waarmee ook bestaande woningen van het gas af kunnen? Dat zijn concrete en praktische vragen waar wij als energieplanologen mee aan de slag gaan, samen met de gemeenten in onze regio.’

Energieplanologie is een vrij nieuwe tak van sport, gericht op het verbinden van energievoorziening en ruimtelijke ordening. Doel is om te helpen bepalen waar en hoe je ruimte maakt voor energie en alles wat daarbij komt kijken, zonder andere maatschappelijke (ruimtelijke) opgaven uit het oog te verliezen. Hoe vult Roëlle die taak in? ‘Waar eerst de focus in de RES lag op het opwekken van energie met zon en wind’, zegt zij, ‘kijken we nu veel breder naar het hele energiesysteem, van opwek en gebruik van energie tot opslag, transport en warmte. Regio Stedendriehoek heeft daarvoor, als opvolger van de RES 1.0, een Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) opgesteld. Dat ligt op dit moment voor besluitvorming bij de betrokken gemeenteraden. Het RPE is een vrijwillig programma onder de Omgevingswet. Om dat te kunnen uitvoeren, moet het vertaald worden in ruimtelijke instrumenten, zoals een omgevingsvisie en omgevingsplannen. Dát is waar mijn collega Ernst en ik de regio en de gemeenten bij ondersteunen.’

Veel ruimtelijke aspecten in zienswijzen

Daarvoor maakte Roëlle eerst een rondje langs alle gemeenten in de regio. ‘Ik heb vooral gevraagd waar zij hulp bij nodig hebben en waarmee wij met prioriteit aan de slag moeten. Daar kwam bijvoorbeeld uit naar voren dat gemeenten behoefte hebben aan een regionaal batterijbeleid, gekoppeld aan het RPE. Zo’n beleid is er nu nog niet. We zouden daarbij niet alleen moeten kijken naar waar batterijen al dan niet mooi in de omgeving passen, maar vooral ook naar waar ze nodig zijn. Dat zijn lastige keuzes voor gemeenten, waarbij regionale oplossingen behulpzaam kunnen zijn.’ Roëlle organiseerde ook een sessie over windenergie en nam de zienswijzen door die inwoners en gemeenteraden indienden op het RPE. ‘Dat was nuttig en leerzaam’, vertelt zij. ‘Omdat ik daardoor meteen het RPE goed leerde kennen. Er kwamen veel ruimtelijke en andere aspecten in naar voren. Bijvoorbeeld over vraag, aanbod en opslag van energie. Maar ook over gezondheidsaspecten van windenergie. We snappen dat inwoners zorgen hebben, die je serieus moet nemen. Zij hebben houvast nodig. Daarom moet je veel uitleggen om energie van papier naar praktijk te brengen.’

Energie vroegtijdig meenemen in verstedelijkingsstrategie

Roëlle is intussen, met behulp van de expertpool van NP RES, vooral bezig om gemeenten en de provincie (Gelderland) te ondersteunen bij het borgen van energie in hun omgevingsvisies, omgevingsplannen en vergunningverlening. Essentieel daarbij is dat gemeentebestuurders en ambtenaren verder kijken dan alleen hun eigen vakgebied. Roëlle: ‘Hoe zorg je dat je energie op tijd meeneemt in ruimtelijke ontwikkelingen? Daarvoor heb je als energiemensen je collega’s van ruimtelijke ordening nodig.’ Dat speelt onder andere bij het Ontwikkelperspectief waaraan de regio werkt, zegt Roëlle. ‘Dat is de verstedelijkingsstrategie die de regio samen met het Rijk opstelt, waarbij er tot 2050 zo’n 48 tot 60 duizend nieuwe woningen bij komen. Wij denken erover mee hoe we al die woningen van stroom en warmte kunnen voorzien, door er vooraf al rekening mee te houden en bijvoorbeeld na te denken over netbewuste nieuwbouw en de juiste energiemix. Roëlle kijkt daarnaast naar de effecten van bepaalde varianten. ‘Eén van de varianten is bijvoorbeeld dat nieuwe woningen vooral binnen steden worden gebouwd, zodat daarbuiten ruimte is voor water en groen’, zegt zij. ‘Wij kijken dan wat dat betekent voor de infrastructuur die nodig is om de nieuwe woningen van stroom en warmte te voorzien. Want die past niet allemaal binnen de stad.’

Het lukt Roëlle en haar regionale team steeds beter om hierover het goede gesprek te hebben. ‘We merken dat energie binnen de gemeenten meer gaat leven en concreter wordt. Voor ons is energieplanologie logisch. De kunst is om dat ook logisch te maken voor mensen uit disciplines als wonen of economie.’ Netcongestie helpt daarbij, zegt Roëlle, omdat dat laat zien dat energie gaat knellen, als je geen slimme keuzes maakt. ‘Neem de warmtetransitie. Collectieve warmtenetten belasten het stroomnet minder dan individuele elektrische oplossingen als warmtepompen. Maar voor collectieve oplossingen heb je wel organisatiekracht en schaalgrootte nodig. Daarbij kan de regio gemeenten ondersteunen.’ Daarnaast is er, aldus Roëlle, ook het regionale Ondersteunings- en Kenniscentrum voor Energie-initiatieven (OKE). ‘Dat helpt collectieve projecten van inwoners, agrariërs of bedrijven, die bijdragen aan het lokale of regionale energiesysteem.’

Regionaal niveau heeft meerwaarde

Betekent energieplanologie volgens Roëlle dat energie een sturend principe moet zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen, net als water en bodem dat zijn? ‘Ik vind niet dat energie per se een sturend principe moet zijn’, zegt zij. ‘Energie is overal en we kunnen technisch al heel veel. We hoeven onze ruimtelijke ordening er niet door te laten sturen, maar we moeten er wél op tijd over nadenken. We moeten het bij ruimtelijke ontwikkelingen dus helemaal naar voren halen, en er niet pas achteraf over nadenken, zoals dat tot voor kort wél gebeurde.’ Roëlle draagt daar graag aan bij. ‘Maar energieplanologie is geen doel op zich’, zegt zij. ‘We willen gemeenten niet in de weg lopen, maar juist oplossingen en handelingsperspectief bieden bij het borgen van energieprojecten in de ruimte, door er concrete afspraken over te maken en het mee te nemen in vergunningverlening.’ Het regionaal niveau heeft daarbij zeker meerwaarde, merkt Roëlle. ‘Wij worden iets minder geleefd door de waan van de dag dan gemeenten. En de uitvoering van veel energieprojecten, zoals de bouw van nieuwe onderstations of opslagvoorzieningen, overstijgt de gemeentegrenzen. Met onze kennis en expertise zijn we graag dienstbaar aan de gemeenten en helpen we hen om hun ambities te verwezenlijken!’

Meer informatie

Contactpersoon
Roëlle Venema, energieplanoloog bij Regio Stedendriehoek

 

 

 

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Bekijk ook

Cookie-instellingen