Van Deventer tot Losser en van Steenwijkerland tot Enschede: overal in de provincie Overijssel werken mensen en organisaties hard aan de energietransitie. RES-regio Twente stelde een nieuwe Energiestrategie op met een Uitvoeringsprogramma. De Energietafel (voorheen RES-regio) West-Overijssel publiceerde een Regionale Samenwerkingsagenda Energie. De provincie maakte een Energievisie. Allemaal waardevolle documenten vol ambities en acties die richting geven aan de transitie naar een energieneutrale provincie. Maar hoe zorg je dat in de uitvoering alle neuzen één kant op staan? Dat je elkaar versterkt, in plaats van langs elkaar heen werkt of dubbel werk doet? ‘Tijdens het maken van onze Energievisie waren we ons ervan bewust dat veel partijen in Overijssel aan de slag moeten om die visie uit te voeren’, zegt Mart oude Egbrink, projectleider energie bij de provincie en lid van het kernteam dat de Energievisie opstelde. ‘En in de RES-regio’s stonden ook al acties gepland. Het leek ons logisch en efficiënt om dat allemaal in nauwe samenwerking te doen met alle betrokken partijen. Daarom kondigden we in de visie aan om daar een gezamenlijke uitvoeringsagenda voor op te stellen.’
Van visie naar uitvoering
Mart pakte dat direct na het verschijnen van de Energievisie in het voorjaar van 2025 op met het vormen van een nieuw, klein kernteam om de uitvoeringsagenda te maken. Justin Brunsting, strategisch adviseur energietransitie bij de gemeente Raalte, meldde zich daarvoor aan. ‘Als kleine gemeente staan wij doorgaans niet vooraan bij dit soort dingen. Maar ik vond het tijd daar verandering in te brengen. Het verruimt onze blik en het is goed voor de samenwerking als kleine gemeenten meedoen en meedenken in het grotere geheel.’ In het kernteam trof hij naast Mart ook Ineke Nijhuis, strategisch adviseur bij de gemeente Hengelo. ‘Ik maakte al onderdeel uit van het team dat de Overijsselse Energievisie opstelde’, vertelt Ineke. ‘Samen met Overijsselse gemeenten, netbeheerders en maatschappelijke organisaties hebben we een visie neergelegd die een goede provinciale invulling is van het Nationaal plan energiesysteem (NPE) van het Rijk. Nu komt het erop aan dat we die visie daadwerkelijk gaan uitvoeren, ook weer in goede samenwerking met de RES-regio’s, gemeenten en andere betrokkenen.’
Niet de belangen voorop, maar deskundigheid en expertise
Doel van de uitvoeringsagenda is om die samenwerking te stroomlijnen en zo de energietransitie te versnellen. Maar hoe pak je het opstellen van zo’n gezamenlijke agenda aan? Mart: ‘Wij organiseerden een tweedaagse, waarvoor we iedereen uitnodigden die in de provincie betrokken is bij het energiesysteem: van gemeenteambtenaren, waterschappen en netbeheerders tot brancheorganisaties, kennisinstellingen, woningcorporaties, energiecoöperaties en marktpartijen. We hebben hen in verschillende werksessies gevraagd welke acties zij nodig achten om de doelen van de energievisie te bereiken, en daar, om te focussen, een top drie in aan te geven.’ De kracht van de tweedaagse zat vooral in het feit dat niet de belangen van de deelnemers voorop stonden, maar hun deskundigheid en expertise, vult Justin aan. ‘Het is essentieel dat je voor zo’n tweedaagse de juiste mensen zoekt, die de kennis en het inzicht hebben om te kunnen bepalen welke acties de komende jaren nodig zijn om de thema’s van de energievisie in de praktijk te brengen.’ Op basis van de input uit de drukbezochte tweedaagse, diverse werkplaatsen en bestuurlijke overleggen heeft het kernteam de uitvoeringsagenda opgesteld, in opdracht van de programmamanagers van de provincie en de RES-regio’s. Begin februari 2026 keurden de RES-voorzitters en betrokken bestuurders de uitvoeringsagenda goed.
Levend document
De acties in de agenda zijn ingedeeld naar de thema’s in de energievisie: van elektriciteitsopwek en -infrastructuur, waterstof en warmte tot woningbouw, economie en mobiliteit. Ook is er aandacht voor energieplanologie: het in samenhang plannen van de inrichting van het energiesysteem en ruimtelijke plannen. De agenda bevat op dit moment 35 concrete acties, zegt Mart. ‘Die zijn heel gevarieerd: van het opzetten van een kennisprogramma warmte tot het uitvoeren van een locatiestudie naar mestvergisting en het opzetten van gezamenlijke monitoring. Dat lijkt rijp en groen door elkaar, maar de rode draad is onze energievisie: alle acties dragen samen bij aan de doelen in die visie. En de agenda is een levend document, we blijven ‘m verder ontwikkelen.’ Om de vaart in de uitvoering te houden, is er per thema een actiehouder benoemd, die de acties coördineert en afstemt met de RES-regio’s en de provincie. Eind 2026 wordt gecheckt hoe het staat met de voortgang.
‘Wethouders zitten niet te wachten op nog meer bestuurlijke drukte’
Mart, Ineke en Justin zijn het eens over de meerwaarde van de uitvoeringsagenda. ‘De agenda maakt het normaler om samen te werken, ook over de grenzen van de RES-regio’s heen’, zegt Justin. ‘Collega’s uit Hellendoorn of Nijverdal sprak ik bijna nooit, omdat zij tot een andere RES-regio behoren. Dat maakte samenwerking niet vanzelfsprekend. Nu gebeurt dat wel. We trekken veel meer samen op.’ Mart benadrukt wel dat het steeds nodig is om te kijken waar samenwerking echt meerwaarde heeft, vooral voor bestuurders. ‘We gaan niet samenwerken alleen om het samenwerken’, zegt hij. ‘Er moet inhoudelijke logica achter zitten. En je moet die logica steeds goed uitleggen. Wethouders zitten niet te wachten op nog meer bestuurlijke drukte. Kijk dus waar samenwerken echt iets toevoegt.’ Een andere voorwaarde is openheid, zegt Ineke. ‘In de praktijk vinden sommige bestuurders de governance lastig: wie gaat waarover, wie is bevoegd gezag? En het kan natuurlijk soms ook schuren tussen platteland en stad of tussen verschillende gemeenten. Daarom zijn een open bestuurlijke houding en duidelijkheid in de samenwerking nodig.’
Het gebeurt in de gemeenten
Een cruciale rol blijft weggelegd voor de gemeenten, aldus Ineke. ‘Het Rijk heeft met het NPE gekozen voor een top-downaanpak via de provincies. Maar we moeten ook de bottom-upbeweging goed vormgeven en regionaal samenwerken. Want het energiesysteem gaat over gemeentegrenzen heen. Uiteindelijk doen we het voor onze inwoners. Het is belangrijk dat we hen ook betrekken. En dat gebeurt in de gemeenten. Voor die lokale vertaling gaan wij in Hengelo een Omgevingsprogramma Energie opstellen.’ Justin voegt toe dat het met name voor kleinere gemeenten wel prettig is om vanuit het Rijk en de provincie kaders mee te krijgen. ‘De uitvoeringsagenda landt op de bureaus van gemeenteambtenaren, zoals bij mij in Raalte. De gemeenten in West-Overijssel en Twente komen regelmatig in een werkplaats bij elkaar om af te spreken hoe we de acties uitvoeren. Dat helpt ons om bij te dragen aan het grotere geheel. De uitvoeringsagenda leert je echt anders te kijken.’
Meer informatie
Contactpersonen
Bijschrift foto: Mart oude Egbrink (tweede van links), Ineke Nijhuis (derde van links, voorste rij), Justin Brunsting (vierde van links, voorste rij)