Het is niet pas door de recente netcongestie – krapte op het stroomnet – dat bedrijven in Ermelo zijn gaan nadenken over hun energieverbruik, vertelt ondernemer Heimen van Diest. ‘De gemeente Ermelo is al sinds 2009 heel actief en ambitieus op het gebied van duurzaamheid’, zegt hij. ‘Zij hebben daar niet alleen scherpe doelstellingen voor, maar maken ook budgetten vrij om het behalen van die doelen mogelijk te maken. De gemeente ging jaren geleden al om de tafel zitten met de Bedrijvenkring Ermelo, en stimuleerde ondernemers, met onder andere subsidies en vouchers, om energie te besparen en te verduurzamen.’ ‘Dat draagt eraan bij dat ondernemers in Ermelo zich al veel langer bewust zijn van hun energieverbruik en daarin vooroplopen’, beaamt Marieke van der Klaauw, beleidsadviseur duurzaamheid en energietransitie bij de gemeente.
Zo min mogelijk gebruik van het elektriciteitsnet
Zo’n 140 bedrijven in Ermelo zijn gehuisvest op bedrijventerrein Veldzicht: een 45 jaar oud terrein met heel diverse bedrijvigheid, van dienstverlening tot transportbedrijven. Veel van de ondernemingen zijn familiebedrijven, zegt Heimen. ‘De onderlinge sfeer is informeel, men kent elkaar goed.’ Het energiebewustzijn onder Ermelose ondernemers kreeg een nieuwe impuls toen een ander bedrijventerrein in de gemeente – Kerkdennen – een jaar of zes geleden aan revitalisatie toe was, vertelt adviseur Oene Venema. ‘Omdat de straten daarvoor toch open moesten, kon netbeheerder Liander dat combineren met het aanleggen van een nieuwe stroomkabel. Om te bepalen hoe dik die kabel moest worden, hebben we samen met ondernemers onderzocht hoeveel transportcapaciteit er nodig zou zijn als ze verder zouden gaan verduurzamen, met onder andere zonnepanelen en laadpalen.’ Daarbij was toen al het uitgangspunt om zo min mogelijk gebruik te maken van het elektriciteitsnet. ‘Vooral vanwege duurzaamheid’, zegt Oene. ‘Netcongestie was toen nog niet echt een issue.’
Samenwerking tussen ondernemers basis voor energiehub
In vervolg daarop onderzochten de ondernemers op Veldzicht, samen met de gemeente en de netbeheerder, ook voor dit bedrijventerrein hoe zij zo slim mogelijk konden verduurzamen en wat dat betekende voor het elektriciteitsnet. Oene, die optrad als projectbegeleider: ‘We keken toen al naar mogelijkheden om via zon op dak lokaal stroom op te wekken en dat aan elkaar te verkopen. Liander was daar ook in geïnteresseerd, want intussen begon netcongestie steeds meer te spelen.’ De netbeheerder opperde dan ook om met een groep bedrijven op Veldzicht een energiehub te gaan vormen met één contract voor alle stroomaansluitingen, herinnert Oene zich. Er waren op dat moment nog geen werkende energiehubs op bestaande bedrijventerreinen. ‘Maar er was vertrouwen dat dat hier kon lukken’, zegt Oene. ‘Vooral omdat de samenwerking tussen en met de ondernemers op Veldzicht goed is.’ ‘Wij hebben hier ook geen bedrijven met een holding in de Verenigde Staten’, vult Heimen aan. ‘Wij kunnen onze eigen beslissingen nemen.’
Het idee om een energiehub te vormen op Veldzicht ontstond in 2022. Twaalf bedrijven hadden interesse om mee te doen. Daarvoor moesten zij een groepstransportovereenkomst (gto) afsluiten met de netbeheerder. Dat gebeurde pas in november 2025. Wat is er in de tussentijd gebeurd? ‘Heel veel’, glimlacht Oene. ‘In eerste instantie was Liander nog niet zo ver om gto’s te kunnen afsluiten, maar toen landelijk netbeheerder TenneT in Flevoland, Gelderland en Utrecht officieel netcongestie afkondigde, kwam er ruimte voor een aantal pilots op bedrijventerreinen om een energiehub met een gto te gaan ontwikkelen. Dat bood mogelijkheden. Na veel lobbywerk door de gemeente werd Veldzicht een van die pilots.’
Groepstransportovereenkomst leidt tot efficiënter gebruik stroomnet
‘Intussen hadden wij niet stilgezeten’, zegt Heimen. ‘Om een gto te kunnen afsluiten moet je een coöperatie of een BV zijn. Wij kozen voor de coöperatievorm en richtten de Veldzichtse Energie Coöperatie Ermelo (VECE) op. Dat was een belangrijke stap, want die speelde mee bij de toekenning van de pilot.’ Vervolgens startte het overleg met de netbeheerder over het vormgeven van de gto. ‘Ook daar ging veel tijd overheen’, blikt Heimen terug. ‘Er moest met elk deelnemend bedrijf een ledenovereenkomst worden opgesteld. Met name aansprakelijkheid was een heet hangijzer. De netbeheerder wilde dat elk individueel lid aansprakelijk was voor de gehele energiehub. Dat ging de bedrijven te ver. Gelukkig is dat uiteindelijk op een redelijke manier opgelost in het contract.’
Op 25 november 2025 konden de Veldzichtse energiecoöperatie en Liander de overeenkomst feestelijk ondertekenen. Sinds 1 januari 2026 is de energiehub operationeel. ‘Ook daarvoor moet veel geregeld worden’, zegt Heimen. ‘Je moet onder andere samen een rechtvaardige manier bedenken voor het verdelen van de energie en voor het doorberekenen van de kosten. Ook moet je een geautomatiseerd factureringssysteem ontwikkelen. Daar zijn nog geen standaarden voor. We hebben dat allemaal zelf gedaan, met ingewikkelde spreadsheets en rekenmodellen.’
Al met al was er nogal wat veerkracht en volharding nodig, vindt Oene, maar het was de moeite waard. Want een gto zorgt voor veel ruimte op het elektriciteitsnet. ‘Op onze gezamenlijke aansluiting hebben we 30% minder gecontracteerd vermogen dan dat we met onze individuele aansluitingen hadden’, zegt Oene. ‘Desondanks hebben de bedrijven meer dan voldoende ruimte om te doen wat ze deden en ook nog te kunnen groeien en verduurzamen, omdat we de pieken en dalen op het stroomnet veel efficiënter verdelen.’ Doel is om de energiehub de komende jaren verder te ontwikkelen, bijvoorbeeld door het plaatsen van batterijen. Vanaf 2027 kunnen ook andere geïnteresseerde bedrijven aansluiten bij de hub.
Ondernemers moeten het echt willen
Wat is er, volgens Marieke, Heimen en Oene, nodig om succesvol een energiehub van de grond te krijgen? ‘Eigenaarschap bij de ondernemers’, zegt Oene. ‘Als de gemeente zegt dat er een hub moet komen, komt die er niet zomaar. De bedrijven moeten echt bereid zijn om samen te werken en elkaar op basis van vertrouwen wat te gunnen.’ Marieke ziet de gemeente dan ook vooral als aanjager die ontwikkelingen mogelijk maakt, door te lobbyen en te werken aan goede relaties. ‘Steun van de betrokken wethouders is daarbij cruciaal’, benadrukt zij. Dat de gemeente ook budget vrijmaakt voor verduurzaming is eveneens essentieel, voegt Heimen toe. ‘De gemeente heeft Oene als procesbegeleider ingehuurd. Dat is belangrijk. Oene spreekt de taal van de ondernemers. Hij kent de gemeente en weet wat er speelt bij de netbeheerders. Daarmee is hij een onmisbare schakel in het proces om tot een energiehub te komen.’ Ook het feit dat de ondernemers in Ermelo elkaar goed kennen en zelf beslissingen kunnen nemen is een voorwaarde voor succes, ervaart Heimen. De netbeheerders raadt hij aan om vooral te denken in oplossingen. ‘Zeg niet te snel dat iets niet kan, maar vertrouw ondernemers en help hen om het elektriciteitsnet zo efficiënt mogelijk te benutten. Als we slim werken, is er veel meer ruimte op het net dan we denken. Met samenwerking en een beetje goede wil kunnen we van netcongestie een papieren werkelijkheid maken.’
Meer informatie