Als bakermat van het Nederlandse hoogspanningsnet, de KEMA en de trolleybus, is Arnhem al sinds begin vorige eeuw dé stad van energie-innovatie. Energie is bovendien economisch van belang voor de gemeente. ‘Van de 100 duizend banen in Arnhem vallen er 15 duizend in de energiesector’, zegt Richard Kaper, Programmadirecteur Bureau Energietransitie bij de gemeente en geboren en getogen Arnhemmer. Als ‘trotse ambtenaar’ ziet hij een belangrijke rol weggelegd voor de lokale overheid om de energietransitie te versnellen en te verslimmen. Daarom heeft hij, sinds hij drie jaar geleden aantrad bij de gemeente, samen met zijn collega’s gewerkt aan ‘Energie voor Arnhem’: een energieprogramma onder de Omgevingswet, waarmee de gemeente zelf actief de regie pakt. ‘Dat is de enige manier om een eerlijke transitie te bewerkstelligen’, zegt Richard. ‘Wanneer je als overheid niet stuurt, zijn rijke mensen het eerst fossielvrij, met de spreekwoordelijke nul op de meter. De mensen met weinig geld betalen daarvan de rekening via zeer snel stijgende aansluit- en energiekosten.’
Bewust gebruik, warmte en koude, mobiliteit en elektriciteit
Energie voor Arnhem kwam tot stand dankzij een actief college van B en W en de zeer betrokken wethouder Cathelijne Bouwkamp, vertelt Richard. Het is bewust geen warmteprogramma, maar een integraal energieprogramma. ‘Elektriciteit en warmte hangen zo nauw met elkaar samen, dat wij, en vooral ook alle kenners in de stad, het niet logisch vinden om een apart warmteprogramma te maken’, zegt Richard. ‘Wij focussen op de instrumenten van de Omgevingswet, waarmee we bij gebiedsontwikkelingen, zoals woningbouw, kunnen sturen op energie. We vertalen onze energievisie in een omgevingsprogramma met een gebiedsgerichte uitwerking. Het wettelijk verplichte warmteprogramma maakt daar onderdeel vanuit.’
Het programma rust op vier pijlers. ‘De eerste is bewust energiegebruik’, aldus Richard. ‘Oftewel: de vraag naar energie zo klein mogelijk maken. Door bijvoorbeeld huizen optimaal te isoleren, energie op te slaan en ons gedrag aan te passen.’ Ten tweede gaat Arnhem warmte en koude zo min mogelijk elektrisch regelen. Onder andere door restwarmte uit de zomer in buffers op te slaan voor de winter. Richard: ‘Wist je dat we met een paar weekenden zon in juni in Arnhem genoeg warmte voor het hele jaar kunnen hebben?’
De derde pijler is slim aangestuurd laden van elektrisch vervoer, en ten vierde koerst Arnhem op een zo slank mogelijk decentraal elektriciteitssysteem, waarbij wijken de energie die ze nodig hebben zo veel als kan zelf opwekken en bufferen. Richard: ‘We gaan dat voor ruim 150 energiegebieden samen met inwoners en bedrijven concreet uitwerken in een energieplan, dat aansluit bij de kenmerken van het gebied. Zo kijkt de wijk Elderveld bijvoorbeeld naar warmte van de rioolwaterzuivering. In Saksen-Weimar werken bewoners samen aan een energiehub met een warmtebuffer. De wijken Vredenburg en Holthuizen krijgen warmte uit de Rijn en een gezamenlijk energiemanagementsysteem stuurt het buurtbudget – de maximale netcapaciteit - voor de nieuwe wijk Rijnpark collectief aan. De energieplannen zijn onderdeel van het omgevingsplan dat lokaal wettelijk leidend is.’
Strategisch samenwerken met netbeheerder
De gemeente werkt hierin nauw samen met netbeheerder Liander. ‘We zijn een strategische samenwerking aangegaan met moederbedrijf Alliander, waarvan het hoofdkantoor in Arnhem zit’, zegt Richard. ‘We ontwikkelen samen een plan voor de toekomstige elektriciteitsbehoefte en de ruimtelijke inpassing van de infrastructuur die daarvoor nodig is. Wij willen Nederland laten zien dat schaarste op het elektriciteitsnet grootschalige woningbouw en het verduurzamen van de stad en de bedrijven niet hoeft te belemmeren, wanneer netbeheerder en gemeente intensiever en anders samenwerken. We richten ons actief op ketenintegratie van onze modellen en processen.’ Richard is ervan overtuigd dat je het elektriciteitsnet niet onnodig hoeft te verzwaren, als je auto’s op een slimme manier oplaadt, lokaal zonne-energie opslaat in warmtebuffers en maximaal gebruikmaakt van collectieve warmtenetten. ‘Wij verzwaren het net in Arnhem alleen daar waar dat aantoonbaar nodig is en er geen maatschappelijk betere en betaalbare oplossingen mogelijk zijn.’
‘Ga als overheid sturen op energie’
Slim aangestuurde lokale energiesystemen zijn niet alleen noodzakelijk vanwege netcongestie, benadrukt Richard. ‘Het moet ook om energie voor iedereen betaalbaar en toegankelijk te houden. Waarbij we goed moeten nadenken over het verdelen van de kosten van netverzwaring. Als een woonwijk door aansluiting op een warmtenet veel minder stroom gaat gebruiken, kan het niet zo zijn dat de inwoners toch een hogere elektriciteitsrekening krijgen vanwege de kosten van netverzwaring. Wij vinden dat je juist beloond moet worden als je minder stroom gaat gebruiken.’
Richard hoopt dat alle gemeenten in Nederland het voorbeeld van Arnhem zullen volgen en een integraal energieprogramma gaan maken, in plaats van alleen een warmteprogramma. ‘Ga als overheid sturen op energie’, adviseert hij. ‘Energie is niet schaars, maar de transportcapaciteit op het stroomnet is dat wel. En dat is een blijvend probleem. Probeer daar als gemeente, in samenwerking met de netbeheerder, op te anticiperen.’ Je hoeft daarbij niet alles zelf uit te vinden, is Richards ervaring. ‘Wij zijn bijvoorbeeld geholpen door adviesbureau APPM en door de technische consultants van Duurzaam Energie Perspectief (DEP), onderdeel van Alliander.’
Van, voor en door alle Arnhemmers
De gemeente Arnhem gaat het energieprogramma nu uitvoeren. De gemeenteraad stelde in november 2025 - met een ruime meerderheid bestaande uit alle politieke kleuren - het Koersdocument vast, dat de visie en de ambitie van Energie voor Arnhem beschrijft. Richard: ‘In het bijbehorende ontwerp-omgevingsprogramma vertalen we die visie naar uitvoering. Daarop kunnen nog zienswijzen worden ingediend. Naar verwachting stelt het college het omgevingsprogramma eind 2026 vast. Intussen zijn we al begonnen met het uitwerken van de gebiedsenergieplannen. Dat doen we samen met inwoners, bedrijven, woningcorporaties en andere partners. Tot 2035 starten we met de eerste zeventien energiegebieden en dat bouwen we gestaag verder uit. Zo werken we aan een duurzaam, eerlijk en betaalbaar energiesysteem van, voor en door alle Arnhemmers.’
Meer informatie: