Pilots Energiebeelden: ‘oefenen’ in integraal samenwerken aan het energiesysteem
Eind vorig jaar stelden Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en netbeheerders de contouren vast van een Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda (ISA). Doel daarvan is dat al deze partijen in het hele land integraal gaan samenwerken aan het energiesysteem van de toekomst.
In vier pilots (in Gelderland, Limburg, Overijssel en Utrecht) zijn provincie, regio’s, gemeenten en netbeheerders al met deze nieuwe werkwijze aan de slag. Zij stellen een gezamenlijk energiebeeld op: een kwantitatief en ruimtelijk beeld van het energiesysteem in de toekomst. Hoe gaan vraag naar en aanbod van energie zich ontwikkelen? Waar leidt deze ontwikkeling tot knelpunten? In een volgende fase werken zij per gebied uit welke maatregelen er zijn. Ook bepalen ze aan welke knoppen je kunt draaien om de knelpunten op te lossen en om te gaan met schaarste aan duurzame energie en transportcapaciteit. Uiteindelijk maken de verschillende partijen samen afspraken over een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar energiesysteem in 2050. De betrokken partijen doen nu ervaring op met de nieuwe werkwijze zodat deze vanaf 2027 in heel Nederland kan worden toegepast.
Ze spreken met bevlogenheid over het energiesysteem: Harm Blanken (provincie Gelderland), Rien Ramerman (RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen) en Carolien van Merksteijn (gemeente Arnhem). ‘Net als in andere regio’s is de aandacht in onze RES verschoven van enkel de opwek van duurzame energie naar bredere energievraagstukken over hoe we nieuwe woonwijken kunnen blijven aansluiten, bedrijventerreinen kunnen verduurzamen en elektrische auto’s kunnen opladen’, zegt Rien. ‘Hoe ontwikkelt dat beeld zich op weg naar 2050, als het stroomnet nu al vol zit?’ De provincie heeft, onder andere in het Gelders Programma Energiesysteem, richtinggevende keuzes gemaakt over de vormgeving van het energiesysteem van de toekomst, en daarvoor maatregelen uitgewerkt, vult Harm aan. Ook de gemeente Arnhem is al een stap verder, aldus Carolien van Merksteijn. ‘De gebiedsuitwerking die we met Liander maakten op basis van ons omgevingsprogramma Energie voor Arnhem laat zien dat we met de uitvoering van dat programma veelbelovende resultaten boeken voor het energiesysteem’, zegt zij.
Van energiebeeld via gebiedsuitwerking naar afspraken
Kortom: het energiesysteem is een hot item in Gelderland. Logisch dus, dat de provincie zich aanmeldde om aan de Pilots Energiebeelden mee te doen. ‘We hopen er zelf van te leren en willen graag onze ervaringen delen om anderen vooruit te helpen’, zegt Harm. In de pilot doen naast de provincie, de Groene Metropool Regio Arnhem-Nijmegen (GMR) en de gemeente Arnhem ook de gemeente Nijmegen, de Regio Food Valley en, in hun kielzog, alle andere gemeenten in de twee regio’s mee. Wat betekent dat precies? ‘De interbestuurlijke werkwijze bestaat uit een aantal fasen, legt Harm, projectleider van de pilot, uit. ‘In de eerste fase haal je met alle partijen een gezamenlijk energiebeeld op: hoe ontwikkelen vraag naar en aanbod van energie zich in de provincie, waar is dat met elkaar in evenwicht en waar doemen knelpunten op in het energiesysteem? In de tweede fase ga je het inzicht dat dat beeld oplevert, vertalen naar mogelijke maatregelen om een mismatch tussen vraag en aanbod te voorkomen. Aan welke knoppen kun je dan draaien? In de derde fase maak je met alle betrokken partijen afspraken over de keuzes en maatregelen.’
Maar zover is het nog lang niet, benadrukt Harm. De pilot gaat alleen over de eerste fase: het opstellen van het energiebeeld. Een werkgroep, bestaande uit de deelnemers aan de pilot, regionaal netbeheerder Liander en leden van de landelijke werkgroep, begeleidt het project. Zij worden daarbij onder andere ondersteund door Quintel, de ontwikkelaar van het Energietransitiemodel (ETM), een rekenmodel waarmee je toekomstige energiesystemen voor een land, regio of gemeente kunt verkennen. Dat ETM staat aan de basis van de energiebeelden die nu eerst in de pilot, en vervolgens in heel Nederland opgesteld zullen worden. ‘Doel is dat er op basis van gemeentelijke en regionale beelden twaalf energiebeelden op provinciaal gebiedsniveau ontstaan, die opgeteld kunnen worden tot een landelijk energiebeeld’, zegt Rien. ‘Dat vormt dan input voor de herijking van het Nationaal Programma Energiesysteem in 2029.’
Hoe maak je energiebeelden optelbaar?
De kunst is nu om ervoor te zorgen dat de gemeentelijke, regionale en provinciale energiebeelden bij elkaar opgeteld kunnen worden. Dat is namelijk niet vanzelfsprekend. ‘Wij hebben voor ons provinciale programma Energiesysteem bij alle gemeenten in de provincie al in 2025 ETM-scenario’s opgehaald’, zegt Harm. ‘Maar die kun je niet zomaar bij elkaar optellen, omdat je in het ETM van verschillende aannames kunt uitgaan door schuifjes aan en uit te zetten. Het ETM bevat meer dan duizend van die schuifjes om het energiesysteem van de toekomst mee te specificeren. Hoeveel woningen ga je bijvoorbeeld isoleren? In welke mate ga je gebruikmaken van warmtenetten en windenergie? Hoe sterk zet je in op elektrisch rijden? Wat wordt de rol van batterijen? Al dat soort knoppen waar je aan kunt draaien, beïnvloeden hoe het energiesysteem van de toekomst eruit komt te zien.’
Verschillende scenario’s
Netbeheer Nederland publiceert landelijke ETM-scenario’s, waarop zij hun toekomstige investeringen in het elektriciteitsnet baseren. Op dit moment hanteren zij het ‘Koersvaste Middenweg-scenario’. De netbeheerders maken daarvoor ook uitwerkingen, die provincies en gemeenten als uitgangspunt kunnen gebruiken. Bovendien heeft de landelijke werkgroep met het oog op de pilots een groot aantal schuifjes in het ETM vastgezet, zodat iedereen zoveel mogelijk van dezelfde aannames uitgaat. ‘Toch blijft er dan nog variatie mogelijk’, zegt Rien. ‘Er staan nog zo’n 30-55 schuifjes open, waardoor je best veel eigen aannames kunt invoeren.’ Op basis van de scenario’s heeft provincie Gelderland onder meer gekeken naar wat het voor het elektriciteitsnet betekent als je op grotere schaal gebruikmaakt van bijvoorbeeld warmtenetten. ‘In Arnhem hebben wij het Koersvaste Middenweg-scenario afgezet tegen een lokaal scenario dat aansluit bij onze ambities voor een groene en leefbare stad’, zegt Carolien. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat we inzetten op maximaal isoleren, zoveel mogelijk warmtenetten op restwarmte en slim laden van elektrisch vervoer.’ In de pilots wordt verkend welke mate van eigen invulling voor het Energiebeeld mogelijk is, en welke zaken echt vastgezet worden voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid. De pilot geeft hier meer duidelijkheid over. De definitieve aanpak kan (en zal) dus afwijken van hoe we het nu denken te doen.
Cijfers ook ruimtelijk vertalen
Het streven van de pilots is dat er rond september/oktober 2026 een eerste energiebeeld in de pilotregio’s ligt, op basis van de optelsom van de ETM-scenario’s van de betrokken gemeenten en RES-regio’s. Dat moet niet alleen een beeld zijn in cijfers over vraag naar en aanbod van energie, maar ook een ruimtelijke vertaling op de kaart. ‘Zodat we kunnen zien in welke delen van de regio’s knelpunten in het energiesysteem te verwachten zijn’, zegt Harm. Om dat voor elkaar te krijgen is veel overleg nodig, en organiseert de werkgroep bijvoorbeeld bijeenkomsten om alle gemeenten hierin mee te nemen en te ondersteunen. ‘Het werken met ETM-scenario’s is niet eenvoudig’, zegt Carolien. ‘We hopen met name kleinere gemeenten, die hiervoor minder capaciteit hebben, op weg te helpen.’ ‘Op basis van de eerste werksessie met de gemeenten gaan we met de landelijke werkgroep een duidelijke instructie opstellen voor de gemeenten, zodat ze zelf hun ETM-scenario kunnen checken en verfijnen’, vult Harm aan. ‘Die instructies worden getest en verbeterd en vormen uiteindelijk input voor de handreiking voor de overige overheden in Nederland. En voor de ruimtelijke vertaling van de scenario’s maken we graag gebruik van de expertise op dat gebied bij de data- en kaartspecialisten van de provincie en NP RES.’
Welk beeld maak je leidend?
In de zoektocht naar energiebeelden komen veel vragen naar boven over het energiesysteem en de knoppen waaraan je kunt draaien. ‘De grootste vraag is of en hoe het gaat lukken om alle ETM-scenario’s optelbaar te maken’, zegt Harm. ‘En of het lokaal nog waarde heeft als je daarvoor te veel schuifjes op dezelfde manier moet vastzetten. Herkent een wethouder zich dan nog in het ontstane beeld?’ ‘De provincie, de RES-regio’s en de gemeenten hebben ieder hun eigen energievisies, investeringsagenda’s en toekomstplannen’, voegt Rien toe. ‘Welk beeld maak je leidend?’ Wat betekent het bijvoorbeeld dat de provincie energie mede sturend wil maken bij ruimtelijke ontwikkelingen in Gelderland? Harm: ‘Wanneer het lukt om de steenfabrieken aan te haken op de waterstofbackbone - het landelijke leidingnetwerk voor waterstof -, dan zou dat het elektriciteitsnet enorm ontlasten. Bovendien biedt het mogelijkheden voor andere bedrijven die waterstof willen gebruiken. De verwachting is dat aanwezigheid van energie een aantrekkende werking heeft op bedrijvigheid: hoe ga je daar ruimtelijk op sturen? Wat betekent dat voor de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid in de directe omgeving? En wat als de belangen van de verschillende overheden tegengesteld zijn?’ En wat is onderdeel van het Energiebeeld, en waarop ga je dieper in met de gebiedsuitwerking in de volgende fase?
Ondanks de complexiteit van de zoektocht, de vragen en de dilemma’s, zijn Harm, Rien en Carolien ervan overtuigd dat het maken van energiebeelden noodzakelijk én de moeite waard is. ‘We weten allemaal dat onze toekomstplannen niet gaan passen op het elektriciteitsnet’, zegt Rien. ‘Ook niet als dat net verzwaard wordt. We moeten met elkaar in gesprek over welke oplossingen er zijn, wat die kosten en wat ze opleveren. Hoeveel helpt het als we alle woningen maximaal isoleren of laadafspraken maken om pieken op het net te voorkomen? En voor welke partijen brengt dat welke kosten of gedragsaanpassingen met zich mee? Weegt dat tegen elkaar op? Daar zullen we samen keuzes en afspraken over moeten maken.’
Veel potentie om het net beter te benutten
Het mooie is: de eerste resultaten stemmen hoopvol, zegt Carolien. ‘In de gebiedsuitwerking van Energie voor Arnhem die wij samen met Liander hebben gemaakt, blijkt dat in ons lokale scenario het net nauwelijks verzwaard hoeft te worden, terwijl de netbeheerder in het Koersvaste Middenweg-scenario uitgaat van een verdubbeling. Voor heel Nederland zou dat vele miljarden aan kosten besparen, die we beter kunnen besteden aan het tegengaan van energiearmoede. En in de ruimte die het uitspaart omdat trafo’s en kabels niet nodig zijn, kunnen we extra bomen planten om hittestress te verminderen. Onze ETM-berekeningen laten zien dat er veel potentie is om de ruimte op het elektriciteitsnet beter te benutten. Met name door isoleren en slim laden valt er al veel winst te behalen. Ik hoop echt dat onze resultaten alle gemeenten in Nederland aansporen om het gesprek hierover aan te gaan.’ ‘Wat dat betreft biedt Arnhem een wenkend perspectief’, beaamt Rien. ‘Je kunt aan veel knoppen draaien om het energiesysteem in balans te krijgen en schaarste het hoofd te bieden.’ Harm: ‘De energiebeelden kunnen, ook al staan we nog maar aan het begin, een kansrijk instrument zijn op weg naar een duurzaam en betaalbaar energiesysteem in 2050.’
Meer informatie
Contact
- Harm Blanken, regioregisseur energie voor de Groene Metropoolregio bij de provincie Gelderland, e-mail
- Rien Ramerman, projectleider energie & Ruimte bij de RES Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, e-mail
- Carolien van Merksteijn, manager netcongestie en teammanager energiesystemen bij de gemeente Arnhem, e-mail