Aan regionale tafels vallen vaak dezelfde termen. Zoekgebieden. Netcongestie. Warmteprogramma. Het RES-doel. Iedereen lijkt het te snappen en toch voel je tussen de woorden: we bedoelen niet allemaal hetzelfde. De één praat vanuit ruimtelijke puzzels, de ander vanuit leveringszekerheid, de volgende vanuit draagvlak. Dat is oké, dat is waarom je aan die tafel zit. Het lastige is dat de tafel vorig jaar anders was. En volgend jaar ook. Dit jaar zijn veel raadsleden en wethouders nieuw. Volgend jaar zijn de provincies en de waterschappen aan de beurt. Juist in de energietransitie is dat geen detail. De inhoud loopt over grenzen heen, besluiten werken door over meerdere bestuurslagen. ‘We’ zijn in de RES niet één organisatie, maar een netwerk van partijen met verschillende verantwoordelijkheden en ritmes.
Wisseling hoort bij democratie. Nieuwe mensen, welkom! Jammer dat het geheugen niet vanzelf meekomt. En dat de essentie vaak niet in stukken staat. Het gaat over het verhaal achter de stukken. Waarom een zoekgebied ooit zo is bedacht. Welke afspraak in een wijk maakte dat een alternatief sneuvelde. Waarom een netbeheerder ‘nee’ zei terwijl hij eigenlijk ‘niet nu, niet daar’ bedoelde. Welke ruil ergens onder zat.
Besluiten bevragen
Als mensen wisselen, lekt dat geheugen. De eerste reflex is om opnieuw te willen beginnen. Oude besluiten worden bevraagd. Zonder context kún je geen politieke verantwoordelijkheid nemen. Dat is legitiem. De keerzijde is dat het tijd kost, het de samenwerking terugtrekt naar de basis en dat het partners die al jaren proberen door te bouwen, frustreert.
De tweede reflex is afhaken. Nieuwe volksvertegenwoordigers denken misschien dat het technisch, regionaal en ingewikkeld is. Laat het college maar met voorstellen komen, dan zien we wel. Zo verdwijnt het politieke eigenaarschap op het moment dat juist nodig is. Namelijk bij keuzes die over belangen gaan, over ruimte, over verdeling van lusten en lasten, over tempo en prioriteit.
De energietransitie is het soort werk dat langer duurt dan één periode. Daan Quakernaat schrijft in zijn boek over kathedraalbouwers dat 'de middeleeuwers niks hadden maar alles konden.' Ze bouwden zonder te weten hoe het zou eindigen. Dat is precies wat wij ook moeten doen. En wat wij zo moeilijk vinden. Bij het bouwen aan de energietransitie weet je dat je het werk zelf niet afmaakt. Wisselende ploegen doen telkens het werk.
Doorbouwen
Maar als het werk langer duurt dan de mensen die eraan werken, is het nodig je samenwerking wissel-proof te maken. Je zou, om te beginnen, een korte ‘versiegeschiedenis’ van de regio kunnen maken. In de vorm van bijvoorbeeld de tien richtinggevende keuzes, met het waarom erbij. Wat is besloten, wat is afgewogen, wat is bewust niet gekozen en welke afhankelijkheden zijn er. Nieuwe mensen in het bouwteam kunnen dan snel zien waar de echte knoppen zitten en waar er politieke speelruimte is. Veel regio’s organiseren een gezamenlijke bijeenkomst voor (nieuwe) volksvertegenwoordigers van gemeenten, provincies en waterschappen. Ik zou er geen lange presentaties verzorgen, maar een gesprek langs de belangrijkste vragen. Over wat vaststaat, wat open is en welke keuzes voorliggen. Ook zou je geheugendragers kunnen mobiliseren. Nodig afgezwaaide volksvertegenwoordigers een keertje uit. De nieuwe ploeg maakt de keuzes. De oude ploeg levert de context.
De energietransitie neemt geen pauze omdat wij verkiezingen hebben. Nieuwe mensen brengen nieuwe vragen, andere gevoeligheden, soms terecht ongemak. De kathedraalbouwers tekenden voor generaties na hen. Ze vertrouwden erop dat de volgende ploeg zou begrijpen wat ze hadden bedoeld. De opgave is om te bouwen met een bouwtekening die je kunt overdragen. En met momenten waarop nieuwe mensen snel kunnen instappen, vragen kunnen stellen en het ontwerp beter helpen maken. De kathedraal staat er al deels. De steigers staan. Sommige ploegen werken al jaren. De vraag is niet of je meedoet, want die keuze is al gemaakt. De vraag is of je begrijpt wat er al staat, voordat je je gereedschap pakt.