Pampus: van militair eiland naar duurzaam icoon

02-02-2026
146 keer bekeken

Forteiland Pampus werd ooit gebouwd om Amsterdam te verdedigen tegen aanvallen vanaf de Zuiderzee. Vandaag is het een inspirerend voorbeeld van hoe erfgoed en duurzaamheid hand in hand kunnen gaan.

Directeur-bestuurder Carmen Cabo en technisch beheerder Martin Verweij vertellen hoe het eiland de sprong maakte naar een volledig fossielvrij en zelfvoorzienend bestaan. Hun verhaal laat zien dat een werelderfgoed ook de toekomst kan vormgeven.

Decoratieve foto van technisch beheerder Martin Verweij die vertelt hoe het eiland de sprong maakte naar een volledig fossielvrij en zelfvoorzienend bestaan

Altijd al zelfvoorzienend

Toen Pampus rond 1895 werd gebouwd, lag het midden in de Zuiderzee en had het geen verbinding met het vasteland. Het fort moest zelfstandig functioneren. Regenwater werd opgevangen en gezuiverd, kolen werden eens per kwartaal aangevoerd, groenten kwamen uit de eigen moestuin en vis uit het water rondom het eiland. Zelfs elektriciteit werd opgewekt met stoommachines, die ook de zware kanonnen kon bewegen. Voor de tweehonderd soldaten die hier tijdens de mobilisatie (1914-1918) woonden, was zelfvoorzienend leven geen keuze, maar noodzaak.

Die geschiedenis vormt de basis van het huidige duurzaamheidsverhaal. “Het eiland was altijd al off-grid,” vertelt Carmen Cabo. “Wij hebben dat idee opnieuw omarmd, maar dan met moderne technieken, net zoals de militairen destijds moderne stoomtechnieken gebruikten. Het verleden heeft ons geïnspireerd om oplossingen van nu te vinden.” Daarmee is Pampus niet alleen een erfgoedlocatie, maar ook een plek voor duurzame innovaties. Het laat zien dat zelfvoorzienend leven niet alleen iets van vroeger is, maar ook een realistische en haalbare optie voor de toekomst.

Lees het praktijkverhaal op Zetookdeknopom.nl

Afbeeldingen

Cookie-instellingen