Regio’s pakken uitdagingen energietransitie aan

07-12-2023 2442 keer bekeken

Het doel van 35 TWh opgewekte elektriciteit in 2030 is goed haalbaar. Het ontwikkelen van nieuwe projecten wordt steeds uitdagender, mede door een veranderend politiek klimaat, netcongestie en mogelijk strengere milieunormen voor windparken op land. De regio’s werken hard aan nieuwe oplossingen.

Het beschikken over betaalbare duurzame elektriciteit en warmte is een randvoorwaarde om te kunnen blijven ondernemen, wonen en reizen. De vraag ernaar neemt toe. In 30 regio’s werken overheden met veel andere partijen samen om duurzame elektriciteit op land op te wekken met wind- en zonprojecten. Het doel van 35 TWh opgewekte elektriciteit in 2030 is goed haalbaar. Het ontwikkelen van nieuwe projecten wordt steeds uitdagender. Door onder meer een veranderend politiek klimaat, netcongestie en mogelijk strengere milieunormen voor windparken op land. De regio’s werken hard aan nieuwe oplossingen om bestaande gezamenlijke afspraken na te komen. Daar hebben zij continuïteit en samenhangend beleid voor nodig.

Haalbaarheid doelen

Het Nationaal Plan Energiesysteem is de kabinetsvisie die ons energiesysteem op weg naar 2050 beschrijft. Het plan geeft de noodzaak aan om richting 2050 maximaal duurzame elektriciteit op te wekken, ook met zon en wind op land. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 35 TWh duurzame energie op land wordt opgewekt. Het Planbureau voor de Leefomgeving meldt dat dit doel goed haalbaar is. De door overheden in de regio’s vastgestelde gezamenlijke ambitie reikt tot 55 TWh in 2030. Dat streefdoel wordt zeer waarschijnlijk niet in 2030 gehaald. Het uitvoeren van ambities wordt in veel regio’s geremd of vertraagd door onder meer het volle stroomnet, mogelijk strengere landelijke milieu- en nieuwe afstandsnormen voor windturbines en defensieradars.  Nieuwe projecten met zon op landbouwgrond zijn door de voorkeursvolgorde zon alleen nog bij uitzondering mogelijk. Voor sommige - nog niet gestarte - zonprojecten vraagt dit het aanpassen van plannen. Dit kan leiden tot vertraging of afvallen van projecten.

Wat nodig is: continuïteit en samenhangend beleid

Het kunnen beschikken over betaalbare duurzame energie voor inwoners en bedrijven is nu én in de toekomst van groot belang. Het is een randvoorwaarde voor (nieuwe) woonwijken, bedrijvigheid, vervoer of recreatie. Het realiseren van wind- en zonprojecten draagt hieraan bij omdat deze technieken nú voorhanden zijn. Dit vraagt om continuïteit en bestuurders die de afspraken van hun voorgangers uitvoeren. Ook vraagt het om samenhangend beleid en consistente keuzes en instrumenten. Waarbij energie telkens in samenhang met ander beleid - zoals wonen, bedrijvigheid, landbouw en natuur - wordt afgewogen.

In de regio komt beleid en uitvoering bij elkaar

In de regio komt beleid en uitvoering - van overheden, netbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties - bij elkaar.  Verandering in landelijk en provinciaal beleid heeft direct impact op lokale uitvoering. Tegelijk kan informatie uit de uitvoering helpen bij het bijstellen van beleid. De regio’s blijken daarin onverminderd van belang: om af te stemmen over de gezamenlijke opgave en te zoeken naar oplossingen voor de uitdagingen.

Aandacht voor decentraal energiesysteem groeit

In de regio’s worden de uitdagingen op verschillende manieren aangepakt. Zo zien we dat in de 30 regio’s het toewerken naar het decentrale energiesysteem een steeds belangrijker rol krijgt. In zo’n systeem wordt energie besparen, vraag en aanbod van duurzame elektriciteit, warmte en koude en opslag voortdurend op elkaar afgestemd. Een decentraal systeem ontlast het energienet, doordat bewoners en bedrijven onderling energie en warmte delen. Dat biedt kansen om te beschikken over eigen en betaalbare energie voor ondernemers op bedrijventerreinen en voor inwoners rondom (nieuwe) woonwijken. Het draagt bij aan een minder vol stroomnet. In de regio’s neemt de interesse hiervoor toe: op diverse plekken wordt ermee geëxperimenteerd.

Uitdagingen aanpakken

Voor de langere termijn zijn overheden onderling en met netbeheerders aan het afwegen welke netinfrastructuurprojecten maatschappelijk gezien prioriteit moeten krijgen. Zodat ontwikkelingen in de regio in de toekomst ook op het energienet aangesloten kunnen worden. Regio’s spreken met Defensie over de plek van (toekomstige) radars: die mogen niet verstoord worden door windturbines. Zodat zij het eventueel zoeken naar alternatieve locaties voor opwek kunnen starten. De mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie verschuiven naar zonnepanelen op daken en op onbenutte terreinen in bebouwd en landelijk gebied. Er zal meer zon op gevels, bassins of boven parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Daarnaast zet de overheid zijn gronden in voor energie opwek met wind en zon. Tot slot neemt het belang van lokaal eigendom toe en laat onderzoek zien dat gemeenten steeds actiever aan de slag zijn met participatie van inwoners bij de ontwikkeling van wind- en zonprojecten.

Bekijk de Foto december 2023

 

Achtergrond
Meer informatie bij Nicky Struijker Boudier, n.boudier@npres.nl of 06-15062601

Bijlagen: Foto december 2023, nieuwe tijdlijn,

Het Nationaal Programma RES ondersteunt de 30 regio’s bij het maken en uitvoeren van hun Regionale Energiestrategie. NP RES geeft twee keer per jaar een blik op waar de 30 RES-regio’s staan op weg naar 2030. Deze stand van zaken (de Foto) is gebaseerd op de gesprekken met de regio’s en hun Voortgangsrapportages. Tegelijk met deze Foto van december, verschijnt weer een RES Monitor 2023 van het Planbureau voor de Leefomgeving. PBL gaat meer gedetailleerd en kwantitatief in op de stand van zaken.

De decentrale overheden hebben 30 regio’s gevormd die in 2021 hun eerste Regionale Energiestrategie (RES) maakten. Gemeenten, provincies en waterschappen werken in de regio’s samen met inwoners, maatschappelijke partijen, energiecoöperaties, netbeheerders en het rijk. Primaire focus is het realiseren van hernieuwbare energie op land en het zoeken naar duurzame warmtebronnen als alternatief voor het aardgas waarmee huizen en gebouwen verwarmd worden. Het werken aan de RES vloeit voort uit het Klimaatakkoord. Het is één van de maatregelen. De hele opgave reikt tot 2030 en uiteindelijk tot 2050.

Bekijk ook

Cookie-instellingen