Submenu

Wind, zon en warmte

Hoeveel hernieuwbare energie wordt collectief opgewekt?

Nederland telt in 2025 696 energiecoöperaties. Het geschatte aantal leden en/of deelnemers aan projecten is 143.211.

Er is in 2025 in totaal 335,9 MW coöperatief windvermogen geplaatst in Nederland. Deze windturbines leveren het elektriciteitsverbruik van 358.000 huishoudens.

Het totale collectieve zonvermogen in 2025 komt uit op 439,6 MWp, vergelijkbaar met het elektriciteitsverbruik van bijna 158.247 huishoudens.

Meer weten?

 

Wat is SDE-subsidie en hoe kan ik dat aanvragen?

De SDE++ staat voor Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie en biedt subsidie voor de inzet van technieken voor de opwekking van hernieuwbare energie en van andere CO2-verlagende technieken. De subsidie is bedoeld voor bedrijven en (non-)profitinstellingen in sectoren als de industrie, mobiliteit, elektriciteit, landbouw en de gebouwde omgeving.

In het najaar van 2026 start een nieuwe aanvraagronde.

Meer weten?

 

Waarom is het slim om zon en wind te combineren?

Zonnepanelen leveren de meeste elektriciteit overdag als de zon volop schijnt onder invloed van een hogedrukgebied. Windturbines produceren vaak de meeste elektriciteit bij meer bewolkt weer onder invloed van een lagedrukgebied. Een combinatie van zon en wind is daarom heel erg geschikt. Ze vullen elkaar goed aan: de capaciteit van het elektriciteitsnetwerk wordt beter benut, er is minder ruimte nodig voor kabels en er is een stabielere levering van elektriciteit.

 

Waar vind ik alles wat ik moet weten over elektriciteit?

In de factsheet Elektriciteit lees je meer over windenergie, zonne-energie, biomassa, kernenergie, waterkracht en waterstof.

Lees de factsheet

 

 

 

naar boven
 

Windenergie

Waarom is opwek van windenergie op land nodig?

De meeste windturbines komen op zee, maar wind op land is ook nodig: de ruimte op zee is eindig vanwege andere functies. Ook zorgt opwek op land dat vraag en aanbod dicht bij elkaar kunnen komen. Dat is wenselijk: enerzijds vanuit kostenoogpunt (minder netuitbreiding nodig - en dus ook minder kabels en hoogspanningsmasten) anderzijds helpt het om netcongestie te verminderen. Door windturbines strategisch te plaatsen, bijvoorbeeld nabij bedrijventerreinen, kan vraag en aanbod van energie nog effectiever op elkaar worden afgestemd. Dit biedt ook kansen voor de ontwikkeling van lokale energiesystemen en energiehubs. De mix van zon en wind is ook belangrijk voor een stabiele levering, omdat wind en zon op een ander moment stroom leveren.
Er wordt ook wel ingezet op andere technieken in de toekomst, maar veel technieken laten nog een tijdje op zich wachten. Zie ook het Nationaal Plan Energiesysteem.

Meer weten?

 

Hoeveel windenergie wordt opgewekt op zee?

Van alle duurzame energiebronnen leveren de windparken op zee de meeste elektriciteit op. Het kabinet heeft afgesproken met een Routekaart windenergie op zee het huidige vermogen van 4,5 gigawatt (GW) te verhogen naar 23 GW met nieuwe windparken. Dat is goed voor ongeveer twee derde van het huidige elektriciteitsverbruik. Uiteindelijk willen we 30 tot 40 gigawatt (GW) aan windenergie van de Noordzee hebben. De definitieve ambitie leggen we vast in het Nationaal Plan Energiesysteem.

Meer weten?

 

 

Hebben windturbines effecten op de gezondheid van omwonenden?

Windturbines op land produceren op een schone manier energie, maar veroorzaken ook hinder, zoals geluid en slagschaduw. Mede hierom leven er zorgen over de mogelijke gezondheidseffecten van (het wonen nabij) windturbines. Daarom en omdat de onderzoeksmogelijkheden toenemen, is het van belang de al bestaande kennis met betrekking tot windturbines en gezondheidsrisico’s continu te actualiseren en waar nodig aan te vullen.

Informatie over onderzoeken naar gezondheidseffecten, de relatie tussen geluid en gezondheid en wat we weten over bisfenol A staat op de Helpdesk Wind op Land.

Meer weten?

 

 

Zijn er afstandsnormen voor windturbines?

Op dit moment gelden er geen afstandsnormen voor het plaatsen van windturbines. Wel wordt er gewerkt met geluidsnormen (zie kopje over geluidsnormen). In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is afgesproken dat er voor wind op land heldere afstandsnormen komen. In de landelijke milieunormen, die op 12 oktober 2023 in concept zijn gepubliceerd, is daarom een afstandsnorm opgenomen van ten minste twee keer de tiphoogte. De afstandsnorm is in de daaraan voorafgaande m.e.r.-procedure in samenhang bekeken met geluidsnormen en de andere te onderzoeken milieuaspecten. Op deze pagina vind je een impactanalyse van de landelijke concept-milieunormen op de RES. Algemeen kan worden gesteld dat met name de impact van de concept-afstandsnormen groot is. 

Nieuwe vastgestelde landelijke milieunormen voor windenergie laten nog op zich wachten. Naar verwachting zijn die er op zijn vroegst 1 januari 2027. Provincies en gemeenten kunnen eigen, lokale milieunormen stellen voor windparken.

Meer weten?

 

Waarom komen er nieuwe landelijke normen voor windturbines?

Op 30 juni 2021 deed de Raad van State uitspraak in een zaak over de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid. Op basis van het Nevele-arrest van het Europese hof oordeelt de Raad van State dat er voor het opstellen van de landelijke regels voor windturbineparken (3 of meer windturbines) een uitgebreid milieuonderzoek (plan-m.e.r.) had moeten plaatsvinden. De landelijke milieunormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling moeten daarom buiten toepassing worden gelaten. 

De rijksregels kunnen voor windparken met 3 of meer turbines niet meer worden toegepast tot de regering nieuwe landelijke milieunormen heeft opgesteld. De concept landelijke normen zijn op 12 oktober 2023 gepubliceerd en lagen tot en met 22 november 2023 ter inzage. De beoogde datum van inwerkingtreding was 1 juli 2025, maar dit is tot nader orde uitgesteld. De overbruggingsregeling is verlengd tot uiterlijk eind 2026.

Als de nieuwe landelijke windturbinenormen strenger worden, dan heeft dat mogelijk invloed op in de RES’en genoemde zoekgebieden. Meer informatie over proces en planning van de landelijke milieunormen staat op de Helpdesk Wind op Land.

Overheden kunnen in de tussentijd nog steeds zelf milieunormen opstellen, als die goed en lokaal worden onderbouwd. Op basis van zulke lokale milieunormen, oordeelde de Raad van State in 2023 dat de uitbreiding van Windpark Delfzijl Zuid en het Burgerwindpark A2 Lage Rooijen alsnog mogen doorgaan.

Bestaande windturbineparken mogen blijven draaien. Onherroepelijke omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen blijven eveneens geldig.

Meer weten?
 

Zijn er geluidsnormen voor windturbines?

Geluid van een windturbine kan als hinderlijk worden ervaren door omwonenden. Daarom zijn afspraken gemaakt over hoeveel geluid zij mogen veroorzaken. In de landelijke concept-milieunormen is voorgesteld dat het geluidniveau in principe lager moet zijn dan in de oude regels stond (standaardwaarde). Bij lokaal maatwerk is afwijken naar meer geluid mogelijk (grenswaarde): bijvoorbeeld als een windpark naast een snelweg ligt waar al omgevingsgeluid is. 

Op de Helpdesk Wind op Land wordt uitgelegd wat de nieuwe geluidsnormen in concept inhouden.

Meer weten?

 

 

 

 

Wat zijn de regels over slagschaduw?

De ronddraaiende wieken van een windturbine werpen op zonnige momenten schaduw op de ondergrond en gebouwen: slagschaduw. Dit kan hinder veroorzaken. Om die reden is slagschaduw een onderdeel van de nieuwe landelijke concept-milieunormen: maximaal 6 uur per jaar én max 20 min per dag per slagschaduwgevoelig gebouw. Lokale overheden kunnen ook eigen normen opstellen voor slagschaduw om hinder voor hun inwoners te voorkomen. Bijvoorbeeld door een stilstandvoorziening verplicht te stellen. Die schakelt de windturbine uit tijdens de periode van veroorzaken van slagschaduw, zodat aan de vergunningvoorschriften kan worden voldaan.

Meer weten?

Wat zijn de veiligheidseisen voor windturbines?

Om te voorkomen dat zich ongelukken voordoen met windturbines, moeten ze aan strenge veiligheidseisen voldoen, zowel technisch (constructie) als qua locatie.

Voor de locatiekeuze moeten de veiligheidsrisico’s voor de omgeving zorgvuldig in kaart worden gebracht en beoordeeld. Windturbines kunnen bijvoorbeeld een risico vormen voor de luchtvaart. De ontwerphoogtes van windturbines worden daarom beperkt in de nabijheid van vliegvelden. Daarnaast moeten windturbines met een tiphoogte van 150 meter of meer obstakelverlichting hebben. 

Bij de plaatsing van windturbines moet ook rekening worden gehouden met de nabijheid van waterkeringen, risicovolle bedrijven, wegen, vaarwegen, hoogspanningsleidingen en buisleidingen. 

De Handreiking risicozonering windturbines geeft een overzicht van de wet- en regelgeving over de veiligheid en risico’s van windturbines.

Het Handboek Omgevingsveiligheid biedt methoden om invulling te geven aan het omgevingsveiligheidsbeleid, waaronder een rekenvoorschrift. Het gaat er hierbij om of extra aandacht nodig is voor de bescherming van mens en milieu.

Op de pagina’s over veiligheid op de Helpdesk Wind op Land staan links naar de Handreiking en het rekenvoorschrift en aanvullende informatie.

Meer weten?

 

 

Wordt de omgeving betrokken bij de ontwikkeling van een windpark?

Het plaatsen van windturbines heeft een grote invloed op de leefomgeving. Het is daarom belangrijk om bewoners en andere belanghebbenden vroegtijdig te betrekken bij de uitwerking van beleid. Én bij concrete plannen, bijvoorbeeld in de vorm van een omgevingsadviesraad. Waar omwonenden en andere belanghebbenden met elkaar en met de ontwikkelaar in gesprek kunnen gaan over een plan voor, en het functioneren van, toekomstige windturbines.

Om acceptatie van windenergie te bevorderen, is de Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op land opgesteld door Branchevereniging NedZero, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, de NLVOW (vereniging voor omwonenden) en EnergieSamen. Bijna alle windenergie-initiatiefnemers hebben deze gedagscode onderschreven. Daarmee houden zij zich aan deze eenduidige afspraken over hoe de omgeving wordt betrokken bij de ontwikkeling van nieuwe windparken.

Lees de gedragscode en meer informatie op de Helpdesk Wind op Land.

Meer weten?

 

 

Hoe kan de omgeving profiteren van windenergie?

In het Klimaatakkoord is het streven opgenomen van 50% lokaal eigendom bij duurzame opwek op land. Lokaal eigendom betekent dat inwoners en ondernemers samen, deels, of helemaal eigenaar zijn van windmolens of zonnepanelen. En dat zij kunnen meebeslissen over het project en over een deel of over alle opbrengsten. Je hebt dan wat te zeggen over een project: je hebt ‘zeggenschap’.

Lokaal eigendom is een van de vier vormen van financiële participatie. De omgeving kan daarnaast ook profiteren door financieel deel te nemen via aandelen of obligaties, een omgevingsfonds of een omwonendenregeling. 

Meer weten?

 

Hoe kun je natuurinclusief ontwikkelen?

In Nederland vallen jaarlijks vogel- en vleermuisslachtoffers door (draaiende) windturbines. Ook kunnen windturbines leiden tot habitatverlies of barrièrewerking. Hoe ontwikkel je een windproject dat geen of zeer weinig schade aan de natuur brengt én een substantiële verbetering van de biodiversiteit oplevert?

Er wordt gewerkt aan afspraken, genaamd NIEWHOL, tussen partijen voor natuurinclusieve manieren van windopwekking aanvullend op wettelijke normen. Met NIEWHOL nemen partijen die betrokken zijn bij de energietransitie hun verantwoordelijkheid en spannen zich in om negatieve effecten op vogels en vleermuizen te beperken en zo mogelijk de populaties van kwetsbare soorten te versterken.

In de gedragscode Wind op Land is ook een paragraaf opgenomen over natuur.

Het Loket Energie & Natuur van de Natuur en Milieufederaties (NMF) ondersteunt bij het realiseren van windenergie (en zonne-energie) met een plus voor de natuur. Het doel van het loket is ervoor te zorgen dat de energietransitie en natuurbelangen niet botsen, maar elkaar versterken.

Meer weten?

 

 

Wat is de doorlooptijd voor het bouwen van een windpark?

Bij een windproject komt veel kijken en de doorlooptijd is al snel 8 tot 10 jaar. Vergunningverlening en aansluiting op netinfrastructuur zijn kritieke factoren. Op sommige locaties is geen of niet direct capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar. Een omgevingsproces met lokale initiatiefnemers, gemeente en omwonenden moet vanaf de beginfase zorgvuldig gebeuren en kost veel tijd. En ook voor de verplichte (natuur)onderzoeken moet zeker een jaar tijd worden genomen.

Een overzicht van alles waar je in dit proces mee te maken krijgt, biedt houvast. In het Stappenplan ontwikkeling windpark staat per fase wat de gemeente of provincie moet doen en wat de initiatiefnemer moet regelen; vanaf de voorfase tot en met de ontmanteling en repowering.

Meer weten?

 


 

 

Tellen kleine windmolens mee in de RES?

Kleine windmolens tellen mee in het RES-bod, maar de bijdrage in opwek van energie is gering. Daarentegen is de ruimtelijke impact groot: een kleine molen van 15 KW levert zo'n 36,5 MWh/jaar en een grote van 5,6 MW zo'n 18.000 MWh/jaar. Voor dezelfde opbrengst van één grote windturbine zou je dan ongeveer 500 kleine molens nodig hebben.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) geeft in de monitor RES 2024 aan dat onduidelijk is hoeveel kleinschalige windmolens bij kunnen dragen aan het onderdeel ambitie in de RES. Dit komt omdat er geen gedetailleerde statistiek beschikbaar is over het aantal en het vermogen van de installaties. Wanneer uitgegaan wordt van beschikbare data op basis van de ISDE-subsidie, waren er in 2023 ongeveer 600 kleine turbines, die gezamenlijk tussen 0,02 en 0,11 terawattuur produceerden. Zie hiervoor pagina 21 van de monitor RES 2024 van PBL. In de monitor van 2025 is dit niet onderzocht.

Meer weten?

 

 

 

 

 

 

naar boven
 

Zonne-energie

Zijn zonneparken nog toegestaan met de voorkeursvolgorde zon?

De afspraken uit de voorkeursvolgorde zon hebben geen invloed op al lopende projecten. Als de vergunning al verleend is, of in een vergevorderd stadium is, dan zal het park nog op basis van de huidige ruimtelijke kaders rond kunnen komen.

Ook als er in de RES beredeneerd en onderbouwd is waarom iets een uitstekend zoekgebied is, is de kans groot dat dit nog door kan gaan. Treed hiervoor in contact met de provincie. 

Verder zijn er nog een aantal uitzonderingsregels.

Lees meer

Wat is de voorkeursvolgorde zon?

De voorkeursvolgorde zon, ook wel de zonneladder genoemd, bestaat uit vier treden en is bedoeld om multifunctioneel ruimtegebruik met zonne-energie te stimuleren en landbouw- en natuurgebieden te ontzien.

De voorkeursvolgorde zon bepaalt waar zonne-energie bij voorkeur wordt gerealiseerd. Dat is binnen trede 1 tot en met 3, zonder onderlinge rangorde: op daken en gevels, op gronden binnen bestaand bebouwd gebied zoals parkeerplaatsen, en op gronden buiten bestaand bebouwd gebied zoals langs wegen, infrastructuur en bedrijventerreinen. Trede 4 betreft landbouw- en natuurgronden. Die zijn alleen mogelijk onder voorwaarden of bij uitzonderingen.

Meer weten?

 

Mogen nieuwe zonneparken op landbouw- of natuurgrond worden geplaatst?

Volgens de afspraken over de voorkeursvolgorde zon mag dit alleen onder bepaalde voorwaarden. We noemen dit "uitzonderingsgronden". Denk bijvoorbeeld aan agri-PV (een combinatie van landbouw en het opwekken van zonne-energie). Of als een zonnepark belangrijk is om netcongestie te verminderen of om de ruimte op het elektriciteitsnet slimmer te benutten. Ook kan je zonne-energie onder voorwaarden worden realiseren op transitiegronden: gronden die in de toekomst een andere bestemming dan landbouw- of natuur graan krijgen.

Meer weten?

Wat is Agri-PV?

Agri-PV is een combinatie van zon op veld en een agrarische functie, zoals tuinbouw. De agrarische functie moet hierbij de hoofdfunctie van de grond blijven. Er zijn verschillende manieren om dat te beoordelen (agrarische opbrengst, lichtinval, ruimtegebruik). Er is nu geen sluitende definitie of meetmethode voor het vaststellen of een opstelling voldoet aan de omschrijving agri-PV. Dit is per agrarische functie anders en vraagt maatwerk in de beoordeling. Doordat de techniek zich verder ontwikkelt en agrarische ondernemingen bereid zijn hierin te investeren, worden steeds meer combinaties mogelijk. Op den duur moet hier niet alleen gekeken worden naar de economische haalbaarheid van de combinatie, maar ook naar de landschappelijke impact en wat dan nog wenselijk is. Die beoordeling is aan de gemeente en provincie. 

Meer weten?

 

Zonneparken zijn in sommige gevallen toegestaan op transitiegronden. Wat zijn dat?

Uit de afspraken over de voorkeursvolgorde zon: “landbouwgronden die op basis van bestuurlijk bindende afspraken in transitie zijn, bijvoorbeeld gronden die in de toekomst een andere bestemming krijgen zoals woon-werk-bestemming, recreatie of overgang naar natuur of gronden die minder geschikt worden voor een landbouwfunctie door verzilting, vernatting of bodemdaling. Zonne-energie draagt financieel bij aan het mogelijk maken van de gebiedsgerichte opgaven voor een maximale periode (30 jaar), waarna de gebieden hun definitieve bestemming zullen krijgen.”
 
Deze uitzondering valt het meest onder de traditionele ruimtelijke ordening waar het bevoegd gezag afspraken over maakt. Het is  uitdrukkelijk de bedoeling dat deze gronden pas in transitie gaan na een bestuurlijk besluit of akkoord van het bevoegd gezag.

 

 

Zijn zonneparken toegestaan als het bijdraagt aan verminderen van netcongestie?

Uit de afspraken over de voorkeursvolgorde zon: “het is toegestaan als de aanleg van zonneparken op gronden betekenisvol bijdraagt aan de vermindering van de netcongestie of zorgt voor vergroting van een efficiënter netwerkgebruik (netneutraal)”. Netcongestie wordt in het akkoord vertaald naar de ruimtelijke consequenties. Ruimtelijk gaat het om vraag en aanbod dichter bij elkaar te hebben. De aard van het akkoord is dat daarvoor misschien toch stukjes landbouwgrond nodig zijn om te voldoen aan de energievraag van de naastgelegen woonwijk of het bedrijventerrein. Waarbij ook hier eerst beoordeeld moet worden wat de potentie van het bedrijventerrein of woonwijk zelf is. Nieuwe woonwijken kunnen al energieneutraal worden opgeleverd.

 

 

Zijn zonneparken toegestaan als ze in de RES 1.0 zijn opgenomen?

Uit de afspraken over de voorkeursvolgorde zon: “Bijna alle regio’s hebben in hun - via participatie tot stand gekomen en democratisch vastgestelde - RES-bod 1.0 zon op landbouwgrond opgenomen. Daarin is een grote mate van verscheidenheid zichtbaar, evenals in het vervolg daarop. Projecten waarvan de participatietrajecten al in een vergevorderd stadium zijn en niet (helemaal) conform de afspraken zijn vormgegeven, kunnen doorgang vinden. Daar waar slechts sprake is van zoekgebieden en waar nog geen serieus vervolg aan is gegeven, mag het niet."

Welke zon op daken telt mee voor de RES?

De RES gaat over grootschalig opwekken van zonne-energie. Onder grootschalig wordt verstaan meer dan 15 kilowattpiek (kWp). Inwoners en bedrijven werken allemaal ook hard aan het opwekken van elektriciteit met zon op dak en dat is belangrijk, dit valt onder kleinschalige opwek.

Kleinschalig zon telt - zoals afgesproken in het Klimaatakkoord - niet mee op weg naar de 35 TWh. Kleinschalig zon boven de 7 TWh autonome groei gaat dus pas meetellen zodra de 35 TWh is gerealiseerd. Het helpt wel de 55 TWh te realiseren: het gezamenlijk bod van de 30 regio’s samen. Zodra er met alle regio’s samen 35 TWh is gerealiseerd én wordt geleverd (ook als dat eerder is dan 2030), gaat alle zon op dak boven de autonome 7 TWh meetellen. Die extra terawatturen worden toegekend aan de afzonderlijke RES-regio’s op grond van daadwerkelijk gerealiseerde productie. 

 

 

Hoe kun je zon op daken en objecten stimuleren?

In veel RES-regio’s en gemeenten staat zon op daken hoog op de agenda. Logisch, vanuit de voorkeursvolgorde zon (zonneladder) hebben zon op daken en objecten de voorkeur boven bijvoorbeeld zon op veld. Toch is het niet altijd eenvoudig. Niet elk dak is geschikt: soms is de constructie te zwak of ligt het dak ongunstig. Ook lopen bedrijven tegen hoge verzekeringskosten aan. Daarnaast is het stroomnet steeds voller. Daardoor is terugleveren van zonnestroom niet altijd mogelijk. Door zelf opgewekte energie slim te gebruiken of op te slaan, ontlasten we het net én blijft investeren in zonnepanelen aantrekkelijk. Het einde van de salderingsregeling per 1 januari 2027 maakt het aantrekkelijker om opgewekte energie slim zelf te gebruiken of op te slaan. 

Voor de ontwikkeling van zon op dak is het voor zowel netbeheerders als overheden wenselijk om een samenhangend efficiënt, robuust, toekomstbestendig en betaalbaar (regionaal) energiesysteem te ontwikkelen. Daarom is in de Handreiking voor de RES 2.0 elke regio gevraagd een Uitvoeringsstrategie Zon op daken te maken, die het beleid van gemeenten en provincies kan ondersteunen.

De Helpdesk Zonopwek ondersteunt de regio’s, gemeenten en initiatiefnemers met diverse hulpmiddelen, zoals een werkblad Zon op daken en objecten, een stappenplan voor het opstellen van een gemeentelijke visie voor zonprojecten en een stappenplan voor een zonproject met een omgevingsvergunning. 
 

Meer weten?

 

 

 

Wordt de omgeving betrokken bij de ontwikkeling van een zonnepark?

Brancheorganisatie Holland Solar, vereniging van omwonenden van energieprojecten NLVOW, Energie Samen, Greenpeace, Milieudefensie, Natuur & Milieu, de Natuur en Milieufederaties, Natuurmonumenten, en de Vogelbescherming tekenden samen de Gedragscode Zon op Land.

Hierbij is afgesproken:

  1. Betrekken van omwonenden in de keuzes over het plan, het ontwerp en de mogelijkheid financieel te participeren.
  2. Door een goede locatiekeuze en vormgeving meerwaarde bieden aan de omgeving: de natuur ter plekke zal erop vooruit moeten gaan; omwonenden zullen mee kunnen profiteren.
  3. Zorgen dat het oorspronkelijk grondgebruik desgewenst mogelijk blijft na de levensduur van het zonnepark; zowel planologisch als fysiek (geen afval, vervuiling; goede bodemkwaliteit).

Meer weten?

Wat zijn de veiligheidseisen voor zonnepanelen?

Bij de veiligheid van zonnepanelen gaat het om brandgevaar van de omvormers, panelen en accu’s waarin zonne-energie opgeslagen kan worden. Maar ook de panelen in het veld of langs de weg die zonlicht kunnen weerkaatsen en zo automobilisten kunnen afleiden. De Helpdesk Zonopwek bevat meer informatie over verzekerbaarheid en veiligheid.

Meer weten?

 

 
 

naar boven
 

Warmte

Wat is het warmteprogramma?

Gemeenten zijn de regisseur van deze warmtetransitie. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt. Met ingang van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wijzigt de Omgevingswet en verandert de naam transitievisie warmte in warmteprogramma.

Warmtenetten zijn een belangrijk alternatief voor het verwarmen van huizen. De voeding hiervoor kan uit verschillende bronnen komen, zoals restwarmte uit de industrie, verbrandingsinstallaties, aardwarmte (geothermie) of water (aquathermie). Deze bronnen zijn schaars en overschrijden vaak de gemeentegrenzen.

Meer weten?

 

 

Wat is de Regionale Structuur Warmte?

De Regionale Structuur Warmte (RSW) was in RES 1.0 het instrument waarmee regio’s gezamenlijk inzicht ontwikkelden in bovenlokale warmtebronnen, -stromen en mogelijke infrastructuur, zodat zij een gedeeld beeld kregen van de regionale warmteopgave.

De RSW heeft inmiddels geen formele status meer. Sommige RES-regio’s kiezen er echter voor om dit instrument, in een vorm naar eigen inzicht, nog te gebruiken ter ondersteuning van hun regionale samenwerking. Wij houden deze werkwijze bewust vormvrij en stimuleren dat regio’s de analyse van warmtevraag, warmteaanbod en kansen voor warmte-infrastructuur integraal meenemen in hun bredere regionale energiesysteemontwikkeling. Die hebben zij verankerd in de RES-producten zoals een RES 2.0 of het Regionale Plan Energiesysteem.

Deze geïntegreerde aanpak ondersteunt gemeenten bij het maken van samenhangende keuzes en voorkomt dat warmtebronnen onbenut blijven of dubbel worden geclaimd.

 

 

Wat doet het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie?

Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) ondersteunt gemeenten om hun regierol voor de lokale warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Dat doet het NPLW door te signaleren en agenderen, door te informeren en ondersteunen én door te verbinden. Dit draagt bij aan het versnellen van het realiseren van de opgave dat alle woningen en andere gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn.

Omdat de keuzes voor een duurzame vervanging van aardgas direct raakt aan de energievraag, werken NP RES en NPLW nauw samen en gaan ze vanaf 2027 op in een nieuw landelijk ondersteuningsprogramma.

Meer weten?

 

 

 

Is duidelijk hoeveel elektriciteit extra nodig is voor warmte?

Dit is afhankelijk van de gekozen oplossing, dus dat weten we nog niet precies voor heel Nederland. Wel weten we dat in algemene zin individuele all-electric oplossingen een grotere elektriciteitsvraag hebben dan warmtenetten. Maar ook warmtenetten vragen soms om uitbreiding van het elektriciteitsnet. Er komt steeds meer zicht op wat logische plekken zijn voor warmtenetten en waar individuele oplossingen zoals de elektrische warmtepomp het meest logisch zijn. Beter zicht wordt verwacht met de warmteprogramma's die gemeenten opstellen voor eind 2027. NPLW helpt gemeenten dit alles inzichtelijk te maken.

 

 

Waar vind ik alles wat ik moet weten over warmte?

In de factsheet Warmte lees je meer over restwarmte, geothermie, aquathermie, biomassa, zonthermie, groen gas, waterstof en opslag van warmte: warmtebronnen die een bijdrage kunnen leveren aan een bovengemeentelijke warmteopgave.

Lees de factsheet

 

 

 
 
Cookie-instellingen