Zoeken naar de strategische planning van ruimte en energie

Decoratieve afbeelding laat getekende kaart van Foodvalley zien
09-11-2023
243 keer bekeken

Het is niet nodig om zelf opnieuw het wiel uit te vinden. Laat je inspireren door praktijkverhalen. Leer ervan en help elkaar met het maken van een regionale energiestrategie. Met het keuze menu "Filter op tag" kun je de praktijkverhalen vinden die over een specifiek RES thema gaan.

Reageren
Wil je reageren op een van de praktijkverhalen? Dat kan als je een account met profiel hebt voor deze website en je bent ingelogd. Nog geen account? Vraag het hier aan en doe mee! Bekijk hier praktijkverhalen van voor december 2019.

Martijn Gerritsen (promovendus planologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen) deed promotieonderzoek naar het ruimtelijk inpassen van een duurzaam energiesysteem in regio Foodvalley. Het onderzoek maakt deel uit van het MARET-programma, mede gefinancierd door NP RES.

Dit artikel verscheen in ROmagazine oktober 2023, het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving.

Op initiatief van de Provincie Gelderland zijn provincies, gemeenten en netbeheerders in de regio vorig jaar een pilot gestart om de afhankelijkheden tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de energievoorziening in kaart te brengen, en te verkennen hoe daarmee om te gaan. De pilot biedt overheden en netbeheerders aanknopingspunten voor de strategische planning van ruimte en energie.

Auteur Martijn Gerritsen 
 

In de regio Foodvalley stapelen de ruimtelijke opgaven zich op: er moeten tot 2040 minstens 40.000 woningen worden gebouwd, er bevinden zich veel piekbelasters naast natuurgebieden, en er is een sterke groei van bedrijvigheid en mobiliteit voorzien. Bovendien zit het elektriciteitsnet in de regio vol; nieuwe aanvragen voor grootverbruikaansluitingen komen op een wachtlijst terecht. Dat de acht regiogemeenten samenwerken over de grenzen van Gelderland en Utrecht én de servicegebieden van netbeheerders Liander en Stedin heen, maakt de uitdagingen alleen nog maar groter. 

Voor Provincie Gelderland was deze stapel opgaven reden om genoemde stakeholders in de Regio Foodvalley vorig jaar uit te nodigen voor een verkenning van de afhankelijkheden tussen ruimte en energie. Hoe kunnen overheden en netbeheerders effectief samenwerken om deze uitdagingen op het snijvlak van ruimte en energie het hoofd te bieden? 

Wederzijds randvoorwaardelijk

De provincie werkt al geruime tijd met gemeenten en waterschappen aan een verstedelijkingsstrategie voor de Foodvalley en de regio Arnhem-Nijmegen, evenals aan de Regionale Energiestrategieën. Ook gaf de provincie vorm aan beleidsprogramma GEIS, waarin het haar rol ten aanzien van de Gelderse energie-infrastructuur definieert. Het werk op deze beleidsterreinen is sterk met elkaar verwant, aldus Rick van Baren, regiosecretaris Foodvalley bij Provincie Gelderland: ‘Een woning bouwen zonder energievoorziening krijg je niet voor elkaar, maar je gaat ook geen energienetwerk aanleggen of de capaciteit van het huidige uitbreiden als je geen woningen bouwt.’ Datzelfde geldt voor de aanleg van werklocaties en voorzieningen.Van Baren benadrukt dat de ontwikkeling van energie-infrastructuur en ruimtelijke functies daarom niet langer los van elkaar zijn te zien: ‘Volgens mij zit de essentie er juist in dat je het met elkaar moet verweven en sámen verder moet brengen.’ Daarmee zijn duurzame energievoorziening en ruimtelijke ontwikkelingen ‘wederzijds randvoorwaardelijk’ voor elkaar, stelt hij. 

Een blik op de Foodvalley toont dat energie-infrastructuur inderdaad een voorwaarde is geworden voor de tijdige realisatie van ruimtelijke functies. Arnout Hulshuis, ruimtelijk strateeg bij Gemeente Ede en een van de pilotdeelnemers, beschrijft hoe “energie” door netcongestie echter veel sneller dan verwacht ‘een nogal bepalend puzzelstuk’ is geworden in de regionale ruimtelijke planning. ‘Wij hebben heel lang gedacht dat dat niet voor ons gold, dat het alleen maar rondom datacenters in Amsterdam en grote industrie zou zijn. En nu is het in feite in heel Nederland het geval, op een paar plekjes na. En daarmee, en dat is eigenlijk mijn grootste zorg, die schaarste betekent dat het ruimtelijke effecten gaat hebben of zou kunnen hebben.’ 

Een blik op de Foodvalley toont dat energie-infrastructuur inderdaad een voorwaarde is geworden voor de tijdige realisatie van ruimtelijke functies

 Een van de plekken in de regio waar de ruimtelijke effecten van netcongestie zichtbaar zijn is het Food & Businesspark in Ede. Dit bedrijventerrein was in aanleg toen nationale netbeheerder TenneT in november 2022 aankondigde dat het geen nieuwe elektriciteitsaanvragen voor grootverbruikers meer kon toekennen. Het hoogspanningsnet in de regio zat vol. De transportschaarste brengt de regio in een lastig parket. Hulshuis: ‘Daar liggen nu kavels, klaar of bouwrijp, maar die hebben geen aansluiting. Dan word je wel gedwongen om te denken over: hoe gaan we daar in de toekomst mee om? Als daar een weiland is omgeploegd voor een bedrijventerrein, maar je kan het eigenlijk niet benutten want er ligt geen gas en elektra, wat dan?’

Dynamieken doorgronden

Het Edese voorbeeld benadrukt de noodzaak voor overheden en netbeheerders om samen te onderzoeken wat er qua energievoorziening en ruimtelijke functies mogelijk is. De eerste stap in de pilot was om nader met elkaar kennis te maken. In een relatief klein gezelschap vertelden werknemers van Provincie Gelderland, Regio Foodvalley, gemeenten en netbeheerders elkaar over hun werkzaamheden en organisaties. Het vormde de basis voor een zoektocht naar wat in de regio wel en niet kan. Initiatiefnemer Van Baren: ‘Om dat te kunnen doen, moet je elkaar en ook de dynamiek in organisaties echt willen begrijpen, want de dynamiek om tot een besluit te komen ergens te investeren, is bij Liander echt heel anders dan hoe we dat politiek-bestuurlijk doen.’

Ook Jack van der Pers, bij Liander werkzaam als publiek relatiemanager in de Foodvalley, beaamt dat netbeheerders en overheden in de kern verschillend opereren. Beheerders van het elektriciteitsnet moeten in de basis “doelmatig” investeren omdat de kosten die zij maken worden gesocialiseerd. ‘Dus als je een investering doet, moet je die kunnen verantwoorden richting de toezichthouder, de ACM’, geeft Van der Pers aan. Netbeheerders als Liander investeren daardoor pas als zij voldoende zekerheid hebben over de vermogensvraag van geplande woningen of bedrijventerreinen. 

De ruimtelijke plannen van gemeenten worden daarom door netbeheerders nauwkeurig in kaart gebracht en in energiesysteemmodellen verwerkt. Ze proberen zo goed mogelijk te voorspellen waar, hoeveel vermogen gevraagd wordt. Bestemmingsplanwijzigingen geven bijvoorbeeld een indicatie van de te verwachten vraag naar woningen op de korte en middellange termijn. 

Provincies en gemeenten geven echter ook vorm aan ruimtelijke ambities met strategische plannen die in de loop der jaren concreet worden. De ruimtelijke planvorming is daarmee afhankelijk van het economische en politiek-bestuurlijke klimaat. Deze meer onzekere besluitvormingsdynamiek zorgt soms voor onduidelijkheid, stelt ruimtelijk strateeg Arnout Hulshuis. Hij verwijst naar de verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley: ‘Die [strategie] doet vermoeden voor de buitenwereld of wij al bedacht hebben waar we precies gaan bouwen. Maar dat is niet helemaal zo. Het is een set afspraken over dat we die enorme behoefte willen beantwoorden met woningen. […] Daarin hebben we een aantal locaties aangewezen waar dat naar verwachting zou moeten gebeuren, omdat dat op een aantal punten de beste plekken lijken. Maar we moeten nog verder uitzoeken of dat ook zo is, dus daarmee zijn ze nog niet aangewezen.’ 

De woningbouwlocaties in de verstedelijkingsstrategie zijn dus eerder “zoekgebieden” waarvoor nog geen specifieke aantallen huizen en warmteoplossingen zijn vastgelegd. Die keuzes volgen pas later. Voor netbeheerders is dit lastig, erkent Hulshuis: ‘Zij hebben natuurlijk wel nodig dat daar duidelijkheid over komt. En dan werkt zo’n kaart een beetje in de hand: ‘Ja, maar je hebt daar toch een locatie geprikt, dan kun je daar toch ook aantallen bij noemen?’ Nee, die aantallen hebben we nog niet bepaald. Daar zit een spraakverwarring in: in welke abstractie zitten we eigenlijk? Het lijkt alsof er een bestemmingsplan ligt, maar er ligt gewoon een strategisch plan voor 2040, waar we nog heel veel dingen níét gekozen hebben.’ 

Het bepalen van de energievraag van toekomstige ruimtelijke voorzieningen is ingewikkeld. Volledige zekerheid is niet mogelijk. Relatiemanager Van der Pers: ‘Liander en onze collega-netbeheerders blijven daarom een beetje in de glazen bol kijken.’

De kaarten op tafel

Een van de tools die Liander gebruikt om de investeringen in energie-infrastructuur zo goed mogelijk in te schatten is ESAP, wat staat voor energiesysteem-actieplan. Jori Corbié, gebiedsregisseur van Liander in de regio Foodvalley, licht toe: ‘ESAP is echt een initiatief vanuit Liander om inzicht te krijgen in de plannen die gemeenten en bedrijventerreincollectieven hebben. Wij hebben een gesloten online omgeving gemaakt waar we aan de hand van kaarten en een beetje tekst laten zien hoe de sector ervoor staat, welke plannen wij als Liander in beeld hebben, welke prognoses we hebben.’

Juist het delen van data was een uitdaging, met name vanwege vertrouwelijke informatie over grondposities en grondaankoop

Liander deelt de ESAP-omgeving met vertegenwoordigers van gemeenten en provincie, bedrijfscollectieven en, in het geval van Regio Foodvalley, collega-netbeheerder Stedin. Corbié benadrukt dat ESAP bedoeld is om gezamenlijk en al doende inzicht te krijgen in de energievoorziening en hoe die invloed heeft op lopende en geplande ruimtelijke ontwikkelingen: ‘Het is echt een platform waar wij onze kaarten op tafel gooien, waarmee we laten zie: dit is wat wij weten en hoe het ervoor staat, en laten we dat verrijken met jullie data. En in iteraties ga je dat dan ook toevoegen.’

Juist dit delen van data – zeker als het nog “zachte” of niet openbare plannen betreft – was in de pilot een uitdaging, met name vanwege vertrouwelijke informatie over grondposities en grondaankoop. Rick van Baren: ‘Openbare data [mag je] delen, maar juist bij de data waar je elkaar op wil vinden – zo van: daar zijn nog keuzes te maken, daar kunnen we nog in bijsturen – dan kom je al snel in de gevoelige data terecht. En ja, hoe mag je die delen met elkaar? Wíl je die delen met elkaar?’ Uiteindelijk is in goed vertrouwen besloten om in het kader van de pilot zorgvuldig met de gedeelde informatie om te gaan. ‘We hebben gezegd: laten we gewoon eens op tafel leggen wat we weten en wat mogelijke keuzes daarin zijn,’ legt Van Baren uit, ‘[…] om te kijken wat er in het ESAP van Liander zit, waar het zijn plannen op gebaseerd heeft, en in hoeverre dat matcht met onze informatie en hoe “hard” die informatie is.’

In een ateliersessie in het Akoesticum in Ede werden afgelopen maart letterlijk de kaarten op tafel gelegd. Op drie tafels lag een overzichtskaart van de regio Foodvalley. Deelnemers tekenden op elke kaart de ruimtelijke plannen, ideeën en ambities voor woningbouw, bedrijventerreinen en elektriciteitsinfrastructuur in. Bij de eerste tafel richtte men zich op de situatie in 2023, bij de tweede op ontwikkelingen tot aan 2030, en bij de derde op de termijn 2030-2040. Zo werden de afhankelijkheden tussen plannen voor ruimtelijke functies en energievoorziening niet alleen ruimtelijk in beeld gebracht, maar ook door de tijd heen.

Treintje van afhankelijkheden

De kaartverkenning maakte duidelijk dat elektriciteitsnetuitbreidingen niet altijd op elkaar aansluiten. Liander wil in de regio Foodvalley onderstations aanpassen en nieuw bouwen. Sommige uitbreidingen kunnen door Liander rond 2027 gerealiseerd worden, maar pas daadwerkelijk benut worden wanneer TenneT in 2029 het hoogspanningsnet heeft uitgebreid. In die tussenperiode komen nieuwe aanvragen voor zware netaansluitingen in het gebied rondom deze stations op een wachtlijst terecht. Ook is Liander afhankelijk van collega-netbeheerder Stedin, geeft Jack van der Pers aan: ‘We gaan in Nijkerk een nieuw station bouwen, maar dat station heeft een afhankelijkheid met een station dat in Stedin-gebied door Stedin en TenneT moet worden gebouwd.’ Johan Willemsen, bij Provincie Gelderland betrokken bij programma’s regionale energiestrategie (RES) en energie-infrastructuur (GEIS), vat het treffend samen: ‘Een soort treintje met allemaal afhankelijkheden in de regionale ruimtelijke ordening bepaalt wanneer plannen daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. De netcongestie komt daar dan bij.’

Ook omtrent de planning van bedrijventerreinen kwamen afhankelijkheden naar voren. De netbeheerder had tot nu toe vooral oog voor “beleidsneutrale” prognoses voor de vestiging van bedrijven in de Foodvalley. De pilotsessies brachten bij Liander onder de aandacht dat de regio ook een “1 nieuwe woning, 1 nieuwe baan”-ambitie heeft: voor elke woning die tot 2040 in de regio wordt gebouwd, zou ook een baan gecreëerd moeten worden. Het is nog niet duidelijk welke bedrijven zich in de regio zullen vestigen en wat hun energievraag zal zijn, wat het voor Liander moeilijk maakt de prognoses aan te passen. 

Het gesprek aangaan

Een extra uitdaging bij de planning van werklocaties is dat overheden en netbeheerders op dit vlak niet dezelfde taal spreken. Netbeheerders categoriseren bedrijven op basis van de energie-intensiteit van hun bedrijfsprocessen: lichte en zware bedrijvigheid, logistiek en glastuinbouw. De provincie deelt bedrijven daarentegen op naar hun functie in het ruimtelijk domein. Zo onderscheidt Gelderland bedrijven binnen verschillende milieucategorieën, maar ook binnen bouwnijverheid, handel en opslag, of financiële dienstverlening. 

De pilot heeft het contact tussen overheden en netbeheerders in de regio in ieder geval op gang gebracht

 

Deze verschillende indelingen compliceren het uitwisselen van gegevens tussen overheden en netbeheerders; er is steeds een vertaalslag nodig om intern met informatie over energievraag van bedrijven aan de slag te kunnen. De pilot heeft bijgedragen aan een vertaalslag tussen de vakgebieden van ruimtelijke ordening en energieplanning, vermelden meerdere deelnemers. ‘Ik denk dat het kennisniveau heel erg omhoog is gegaan, dat is wel echt de winst geweest,’ geeft gebiedsregisseur Jori Corbié aan. ‘Voor mij is het mijn werk om vanuit energie te praten over opgaven, maar bij heel veel mensen is dat iets wat er nu bijkomt en lang helemaal niet nodig was.’  Arnout Hulshuis beaamt dat het voor gemeenten relatief nieuw is om zich met energievoorziening bezig te houden: ‘Met de netbeheerders hebben wij eigenlijk nooit heel veel zaken gedaan. Je deed vooral in uitvoerende zin zaken en dan gingen zij het “regelen”. Dan duurde dat wellicht iets langer dan je hoopte, maar het kwam wel.’

De pilot heeft er volgens relatiemanager Jack van der Pers toe bijgedragen dat het kwartje is gevallen dat de energie-infrastructuur niet langer direct ingepast kunnen worden in de ruimtelijke plannen.  ‘Dat men snapt wat de impact is van energie en infrastructuur, en de noodzaak voor een provincie en lokale overheden om heel vroegtijdig met de netbeheerder in gesprek te gaan. Dat het niet vanzelfsprekend is (…) dat er morgen maar een energievoorziening beschikbaar is.’ Hij pleit er dan ook voor dat er al eerder in de planprocessen een gesprek plaatsvindt tussen netbeheerders en overheden. De sessies hebben laten zien dat samenwerken een meerwaarde heeft, zo stelt ruimtelijk strateeg Arnout Hulshuis: ‘Het is bijna een soort van kwetsbaarheid die je laat zien. Zo van: (…) wij hebben jullie nodig, maar andersom is dat ook zo. Dus je ontdekt: dit kunnen we niet zonder elkaar doen.’ 

Samenwerking verder uitdiepen

De komende maanden wordt de samenwerking verder uitgediept. De regiogemeenten, provincie en Liander zullen bespreken hoeveel ruimte op elk onderstation in de regio beschikbaar is voor ruimtelijke ontwikkelingen om zo de (on)mogelijkheden preciezer in te kunnen schatten. Ook werkt de regio samen met de provincie aan een langetermijnstudie van het energiesysteem van de toekomst, met 2040 als richtpunt. Provincie Gelderland onderzoekt ondertussen of het ook in andere Gelderse regio’s een verkenning zoals in de Foodvalley kan faciliteren. Wordt dus vervolgd.

Martijn Gerritsen is promovendus planologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Dit artikel is gebaseerd op zijn promotieonderzoek. Het onderzoek maakt deel uit van het MARET-programma, dat wordt gefinancierd door het NWO, het Nationaal Programma RES en zes provincies.
Dit is de ingekorte versie van het artikel in ROm oktober 2023. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. De online versie en meer informatie is beschikbaar op ROmagazine.nl

Afbeeldingen

X (voorheen Twitter)

Op de kaart

Een momentje...

Bekijk ook

Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.