TROEF: energie delen is goedkoper, duurzamer en efficiënter

Ons energiesysteem verandert de komende jaren fundamenteel. Van een fossiel, centraal gevoed en gebalanceerd systeem gaan we naar een duurzaam, decentraal gevoed en gebalanceerd systeem. Daarmee komt onze energievoorziening middenin onze leefomgeving te staan.

Energiegemeenschappen en energyhubs bieden de mogelijkheid om gedeeltelijk los te komen van dat landelijke net en naar een lokaal/regionaal gedistribueerd energienet te gaan. Daarmee vormen de energy hubs en energiegemeenschappen het decentrale en gedistribueerde energiesysteem van De wereld van B. Deze lokaal balancerende energy hubs en energiegemeenschappen staan niet op zichzelf: ze blijven verbonden met het regionale en nationale elektriciteitsnet.

Een energiegemeenschap is een groep energienetgebruikers in de gebouwde omgeving die besluiten energie uit te wisselen of collectieve energieactiviteiten te organiseren via een open en democratisch systeem. Het kan gaan om individuele burgers, eventueel in samenwerking met lokale overheden of kleine ondernemingen. 

Energiegemeenschappen en energiehubs

Het afgelopen jaar hebben we een versnelling gezien in de ontwikkeling van energiegemeenschappen en energy hubs. De termen poppen niet alleen steeds vaker op bij mensen die bezig zijn met die energietransitie, ze zijn op diverse plekken in het land ook echt ontwikkeld of in ontwikkeling. Door de netcongestie wordt er nu op bedrijventerreinen overal in het land gezocht naar lokale oplossingen, zodat bedrijven toch verder kunnen verduurzamen en/of uitbreiden. We verwachten dat die ontwikkeling zich door zal zetten naar de gebouwde omgeving en dan vooral naar de nieuwbouwprojecten. We hebben een tekort aan woningen en ook daar zullen we op zoek moeten naar oplossingen om nieuwe woonwijken toch aan te sluiten op elektriciteit, ondanks de netcongestie.

Opwek en warmte geïntegreerd

Bij de energiegemeenschappen zien we dat de warmtevraag en de opwek van elektriciteit worden geïntegreerd. In Nagele wordt de elektriciteit die opgewekt wordt door zonnepanelen gebruikt om warmte te produceren en ondergronds te transporteren naar woningen. Betuwewind onderzoekt op dit moment of de opwek van de windmolens ook gebruikt kan worden voor een warmtenet in de Betuwe. Energiegemeenschappen gaan daarom bijna altijd over zowel opwek als warmte.

Local4Local

Local4local betekent samen met je energiegemeenschap je eigen energievoorziening organiseren volgens je eigen spelregels tegen een prijs die je ook zelf (samen) in de hand hebt. Dit is waar EnergieSamen zo snel mogelijk naar toe wil als coöperatieve beweging in de energietransitie. Met een consortium (waaronder Windunie, Zuidenwind, Grunniger Power, EnergieSamen Rivierenland, Agem, Deltawind en om | nieuwe energie) van dertien partners werkt EnergieSamen aan dit concept. De productie van duurzame energie is goedkoper geworden dan fossiele energie en de daaraan gekoppelde marktprijs van elektriciteit. Dat is de basis voor het project Local4Local. Het idee is dat inwoners voor hun energie niet meer betalen dan die kostprijs met een kleine plus erop. Lokaal opgewekte stroom wordt lokaal gedeeld met de leden van een energiegemeenschap. In een energiegemeenschap zijn de leden niet alleen groepen burgers, zoals gebruikelijk in een energiecoöperatie, maar kan iedereen in de lokale gemeenschap meedoen: burgers, bedrijven, gemeenten en maatschappelijk vastgoed.

Energiegemeenschappen als democratische vernieuwing

De energiegemeenschappen zijn een vernieuwende participatievorm. Net als bij het streven naar lokaal eigendom zijn inwoners immers eigenaar van hun eigen energievoorziening en participeren dus in het energiesysteem. Daarmee is het ook een vorm van democratische vernieuwing. De governance en de besluitvorming binnen zo’n energiesysteem vormt immers een nieuwe vorm van democratische besluitvorming, naast de bekende democratische instituties als de overheden en waterschappen. Deze nieuwe vorm zal zich moeten ontwikkelen met een goede democratische borging en haar plek moeten vinden tussen en een goede samenwerking vinden met de andere democratische instituties.

Van lokaal eigendom naar energiegemeenschappen

Energiecoöperaties leggen de focus steeds meer op het gehele energiesysteem: ze koppelen opwek aan warmte, opslag, laadinfra en/of waterstof. We voorzien een doorontwikkeling van energiecoöperaties naar energiegemeenschappen, waar inwoners en ondernemers lokaal regie nemen over hun eigen energievoorziening.

Dat vraagt iets van de energiecoöperaties, maar ook van overheden. Daarnaast kent de ontwikkeling naar lokaal balanceren en daarmee naar energy hubs of energiegemeenschappen vele uitdagingen, zowel institutioneel, technisch en sociaal-cultureel als op het gebied van governance. Om RES-regio’s hier zo goed mogelijk op voor te bereiden onderzoeken we, samen met onze partners, de Participatiecoalitie, het Nationaal Klimaat Platform en RVO/Duurzaam Door allerlei aspecten van energiegemeenschappen en wat dit betekent voor RES-regio’s, provincies en gemeenten. De uitkomsten van die onderzoeken komen in het najaar van 2023 beschikbaar als een online handreiking op deze website.

Podcast Particibeter over energiegemeenschappen en de mens in de energietransitie

Particibeter is een podcast over participatie in de energietransitie. NP RES heeft bijgedragen aan drie afleveringen in deze reeks. De eerste aflevering gaat over buurtbewoners en je relatie als overheid met hen, de tweede gaat over de rol van gemeenten bij inwonerinitiatieven, de derde over energiegemeenschappen: wat betekenen die voor participatie? Beluister hier de podcast Particibeter.

Tien bedrijven en instellingen ontwikkelen binnen het TROEF-consortium energiegemeenschappen waarin gebruikers via een digitaal platform energie, data en diensten met elkaar delen. ‘Dat leidt tot lagere kosten, een kleinere CO2-footprint en minder netcongestie’, zegt Daan Rutten van ENTRNCE.

Breng een aantal energiegebruikers bij elkaar, bijvoorbeeld samenwerkende bedrijven of een groep huishoudens. Geef hun inzicht in hun energiebehoefte en laat zien wat het betekent als je die behoefte op verschillende manieren invult. Zoals tegen de laagst mogelijke kosten. Of met de minste CO2-uitstoot. Verbind de gebruikers aan elkaar in een lokale energiegemeenschap, waarin zij energie- en dataproducten en diensten met elkaar kunnen uitwisselen. Op basis daarvan kunnen zij zelf kiezen hoe zij op een voor hen optimale manier in hun energiebehoefte voorzien.

Energie steeds belangrijker

Dat is in een notendop wat het TROEF-project mogelijk wil maken: lokale energiegemeenschappen die alleen energie gebruiken als ze die nodig hebben en overschotten met elkaar delen. ‘Om dit goed te kunnen doen maken wij voor de gebruikers de energiemarkten transparanter en de verschillende keuzemogelijkheden inzichtelijk. Dat leidt voor hen tot lagere kosten, tot een kleinere CO2-footprint en tot efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet’, zegt Daan Rutten, die aan TROEF meewerkt vanuit ENTRNCE, een softwarebedrijf – voortgekomen uit Alliander – dat via een beurs gebruikers en aanbieders van energie aan elkaar koppelt. ‘Wij zijn aan TROEF gaan meedoen via Bouwbedrijf BAM, een van onze klanten’, vertelt Daan. ‘BAM merkte de laatste jaren dat energie een steeds belangrijker onderdeel werd van hun bedrijfsactiviteiten. Om nieuwe concepten en diensten te testen, werken zij actief aan manieren om hun eigen gebouwen in Bunnik te verduurzamen en kosten te besparen. Dat doen zij onder andere door energie in te kopen bij een windmolenpark in de buurt, waarbij ze gebruikmaken van ons beursplatform.’

Lokaal produceren en consumeren

BAM zag kansen in het werken met decentrale energiegemeenschappen die duurzame energie met elkaar uitwisselen en hun CO2-footprint willen verkleinen. Daan: ‘Zo is het TROEF-consortium tot stand gekomen, dat dergelijke gemeenschappen mogelijk gaat maken. Wat je lokaal produceert, wordt lokaal geconsumeerd, in principe op decentraal niveau, maar dat laatste is niet verplicht. We werken ook goed samen met de meer traditionele bedrijven in de energiesector.’

MOOI-regeling ondersteunt innovatieve oplossingen voor klimaatdoelen

Het TROEF-consortium maakt gebruik van de subsidieregeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie (MOOI). Deze regeling ondersteunt consortia van bedrijven en instellingen, die samen werken aan innovatieve oplossingen die de CO2-doelen uit het Klimaatakkoord dichterbij brengen. De regeling van de ministeries van EZK en BZK wordt uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. ‘Je moet er als deelnemers uiteraard zelf ook geld insteken’, zegt Daan, ‘maar zonder de financiële ondersteuning vanuit het Rijk was het project niet mogelijk geweest. Bovendien begeleidt en adviseert het TKI Urban Energy projecten uit de MOOI-regeling. Zij brengen ons in contact met andere MOOI-projecten en ze geven ons inzicht in actuele thema’s die het Rijk belangrijk vindt. Daar maken we graag gebruik van.’

Elkaars taal leren spreken

Het TROEF-project is gestart in 2021 en loopt tot en met 2024. Wat is er tot nu toe gebeurd? Daan: ‘We zijn vooral bezig geweest om het concept te ontwikkelen en onze samenwerking goed vorm te geven. Dat kost tijd. Je bent allemaal een puzzelstukje in een groter geheel. Hoe leg je samen de totale puzzel in elkaar? Dat is best een uitdaging. We zijn met veel partijen en deelnemers, die intensief met elkaar samenwerken, maar die ook ieder vanuit hun eigen wereld komen. Naast een bouwbedrijf en softwareontwikkelaars, zijn dat bijvoorbeeld netbeheerders, een gebiedsontwikkelaar en kennisinstellingen. Door die verschillende achtergronden praat je soms langs elkaar heen, terwijl je hetzelfde bedoelt. Je moet elkaars taal leren spreken. Dat is lastig, maar ook inspirerend. We leren veel van de andere partners in TROEF, met name het delen van kennis met elkaar is heel waardevol.’ Een andere uitdaging is meer van praktische aard, zegt Daan: ‘We willen een gezamenlijk platform, een ‘internet of energy’ ontwikkelen waarin gebruikers energie, data en diensten met elkaar delen. Maar hoe moet zo’n platform er in de praktijk uitzien? Hoe zorg je dat verschillende software-oplossingen met elkaar communiceren? Hoe verdeel je de kosten? En moeten de gebruikers bij elkaar in de buurt wonen, of hoeft dat niet? Met al dat soort vraagstukken zijn we de afgelopen periode druk bezig geweest.’

Woningen met en zonder zonnepanelen

Intussen is TROEF nu klaar voor de stap van conceptvorming naar praktijk. ‘We gaan het concept de komende tijd in proeftuinen uittesten’, legt Daan uit. ‘Bijvoorbeeld met huishoudens. Zo zijn we met TROEF Buurtenergie gestart in de wijk Quatrebras in Badhoevedorp. We verbinden daar woningen met zonnepanelen aan woningen zonder zonnepanelen in de buurt. De te veel geleverde energie van de huizen met zonnepanelen wordt normaal teruggeleverd aan het net. Maar nu gaat dat overschot naar de huizen in de buurt die zelf geen zonnepanelen hebben. Dit is voordelig voor zowel huizen mét als zonder zonnepanelen, en het ontlast bovendien het elektriciteitsnet.’ Om de wijk beter te leren kennen, worden onder andere diepte-interviews gehouden met de bewoners. ‘Zo krijgen we een beeld van waar mensen aan denken wanneer we het concept energie-uitwisseling in de buurt en energiegemeenschap introduceren. Daarnaast hebben we een informatiebijeenkomst georganiseerd voor de bewoners en zijn we met een brochure langs de deuren gegaan in de wijk.’

Sturen op duurzaamheid of op prijs?

Naast huishoudens gaat TROEF ook aan de slag met proeftuinen met bedrijven. ‘BAM is daar zelf een voorbeeld van’, zegt Daan. ‘Zij onderzoeken op hun campus in Bunnik bijvoorbeeld of zij hun eigen energiegebruik kunnen aanpassen aan het patroon van een windpark in de buurt. Is het mogelijk om vooral stroom te gebruiken als het waait? En hoe verhoudt zich dat tot het opslaan van de opgewekte energie in een batterij? Kun je de weersverwachting koppelen aan inzicht in je eigen energiegebruik? Welke keuzes maak je als je vooral stuurt op duurzaamheid, of op prijs? BAM doet met al dat soort kwesties nu ervaringen op bij hun eigen gebouwen en kantoren. Die ervaringen kunnen we weer delen met anderen.’

Deelnemers gezocht

Tot nu toe is er – voor zover hij weet - geen direct contact tussen het TROEF-project en de RES-regio’s, antwoordt Daan desgevraagd. ‘Maar ik zie daar in de nabije toekomst zeker mogelijkheden’, zegt hij. ‘Zo zijn we nog op zoek naar partijen die met ons willen meedoen om nieuwe, innovatieve concepten in de praktijk te brengen. Dat kunnen groepen bedrijven zijn die hun energie lokaal willen inkopen. Of buurtbewoners die hun wijk willen verduurzamen. Maar ook RES-regio’s die willen onderzoeken hoe energiegemeenschappen een rol kunnen spelen in het uitvoeren van hun regionale energiestrategie, waarbij ze dan tegelijkertijd bijdragen aan het in de praktijk brengen van TROEF. Zo kunnen we elkaar versterken en samen de energietransitie versnellen. Wie interesse heeft kan zich bij mij melden!’

 

Meer informatie:
Informatie over TROEF

Contactpersoon: Daan Rutten, senior energy consultant bij ENTRNCE International
daan.rutten@entrnce.com

Afbeeldingen

Energiegemeenschappen

Op de kaart

Een momentje...
Cookie-instellingen
Cookie-instellingen sluiten

Cookie-instellingen

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.


Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.

Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.

Deze cookies zijn van aanbieders van externe content op deze website. Denk aan film, marketing- en/of tracking cookies.